Rondje Oosterschelde

Rond de twintig graden, een zonnetje met af en toe een wolk, windkracht 3 a 4. Zie hier, beste lezende renner, het ideale weer voor de gemiddelde langeafstandsloper. Tijdens het jaarlijkse Rondje Oosterschelde, zondag al voor de zesde keer perfect georganiseerd door Leonie Ton, was het van dat weer. Het was heerlijk rennen, waarbij de Oosterschelde als klap op de vuurpijl zijn (of haar) uiterste best deed zich van zijn/haar voordeligste zijde te laten zien.

Tel daarbij op dat het onderweg behoorlijk gezellig was en dat mijn motortje het geheel tegen de verwachting in van start tot finish (beide in Wissenkerke) uitstekend volhield en je begrijpt dat zondag een dag met een gouden randje was. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de wind nog eens extra meehielp. Aanvankelijk blies hij uit het zuiden, waardoor we op de Zeelandbrug zachtjes richting Zierikzee geduwd werden. Daarna ruimde hij naar noordoost, zodat we vanaf de Stormvloedkering hem zo af en toe opnieuw in de rug voelden.

Klokslag 2 over 10 vertrokken we uit Wissenkerke, na het traditionale startsein van Leonie’s dochter Leah. Het veld lag al snel uit elkaar, omdat het niveau der lopers nogal uiteen liep. Ik maakte – volgens wielertermen – deel uit van de debielenwaaier, oftewel de allerlaatste groep. Aanvankelijk kon ik nog mee met Albert Heikens en Sjirk Overal, die we vorig jaar september in Athene bij de Spartathlon ontmoetten. Twee buitengewoon aardige mannen-op-leeftijd die helemaal uit het hoge noorden waren afgereisd, speciaal voor Leonie en het Rondje. Albert haalde destijds de finish niet maar dat was te verwachten. Hij had door nare omstandigheden veel te weinig getraind. Sjirk deed dat bij zijn debuut op zijn 60e wel. Hij kwam tot mijn grote verbazing na 246 kilometer en 33,5 uur topfit de finishstraat in Sparta binnen gerend. Een klasbak kortom.

Het was even gezellig met deze mannen, maar ze liepen me net iets te hard. Verder ging het met Annelies uit Kerkwerve, en Rudi Ravia uit Zierikzee. Zij losten elkaar af en zouden tot ongeveer Serooskerke (S) lopen. Daarna moest Annelies de koeien gaan melken. Met hen was het ook zeer geanimeerd en eigenlijk werd de achterstand op de voorliggers helemaal niet zo groot. Dat hadden we mede te danken aan de brugwachter van de Zeelandbrug, want hij deed de brug net open toen de koplopers er aankwamen. Toen wij daar arriveerden stond de brug net weer naar beneden.

De eerste bevoorrading was in Zierikzee en werd geregeld door Leonie en Karin. Ja, u leest het goed, ook door Leonie. Onze kilometervreter kon tot haar grote verdriet niet meelopen omdat ze te veel last heeft van een pijnlijke plek in haar heup. Waarschijnlijk een probleem met een aanhechting van een spier of pees. Hopelijk gaat dat niet te lang duren want er komt een WK aan in Berlijn. Zo hier en daar waren in Zierikzee nog de gevolgen te zien van de windhoos die een paar dagen eerder door het stadje joeg. Na Serooskerke (S) moest ik even alleen verder, maar gelukkig kwam Rudi al snel weer naast me fietsen. Hij zou tot Wissenkerke meefietsen.

Vlak voor de Plompetoren van Koudekerke (S) achterhaalde ik echter Sjirk. Hij was nog maar net hersteld van corona en was duidelijk nog niet helemaa de oude. Aanvankelijk hadden we nog aardig de vlam in de pijp, maar daar kwam een eind aan toen Rudi twee ijskoude bilkjes cola uit een van zijn fietstassen toverde. Tot de tweede ravitaillering immiteerden we daardoor voornamelijk de Sinke-shuffle, waarbij Rudi en ik de in Groningen woonachtige Fries Sjirk het een en ander vertelden over de de historie van het Zeeuwse Koudekerke (S) en het omliggende gebied.

Sjirk (l) en Albert

Langzaam maar zeker kwamen we daarna weer op gang, maar na een soortement van statiefoto bij het Topshuis op Neeltje Jans sloeg ik ongewild een gaatje, waardoor ik Rudi ook even kwijtraakte. Dat werd nog een keer gedicht bij een door niemand verwacht derde bevoorradingspunt aan het eind van de Stormvloedkering, waarna we elk in eigen tempo naar hotel/restaurant/café De Kroon gingen. Daar aangekomen zag ik ook mijn voormalige duo-runner Ronald Willemsen. Hij was dit keer gaan wandelen, als voorbereiding op de Vierdaagse. Per saldo was hij de enige opgever van de dag, omdat hij na de Stormvloedkering te veel gehinderd werd door blaren. Volgend jaar maar weer hardlopen Ronald! En jij ook Leonie!

Le trail de la pentecôte de Lasne

Voor de de start van Le trail de la pentecôte de Lasne moest ik denken aan een sauna. Terwijl het in Zeeland pijpenstelen regende was het zondagmorgen in Lasne, onder de rook van Brussel, bedompt warm, windstil en hartstikke droog. Een beetje regen zou zo gek niet zijn, dacht ik nog tijdens het inlopen. Een klein uur later werd mijn wens gehonoreerd, al was het in overdreven mate. Een wolkbreuk maakte van de kleinschalige trail van de dorpsclub een niet te vergeten gebeurtenis.

De eerste druppels

Een halfuurtje na de start begon het licht te druppelen. Dat was lekker verkoelend want het was nog steeds warm en het parkoers was niet voor de poes. Smalle paadjes omhoog en omlaag, schots en scheef liggende kinderkopjes en best veel blubber omdat het ’s nachts al flink geregend had. Iets later kwam het moment dat je wat meer onder de bomen ging lopen omdat het wat harder begon te regenen en je best nat werd. En toen, na pakweg een uur hardlopen, gingen boven ons gingen alle sluizen open. Een wolkbreuk was een feit.

Mensen trokken tegen beter weten regenjasjes aan, ik was één van hen, maar dat hielp natuurlijk niet. Door de muur van regen was iedereen binnen de kortste keren tot de laatste draad toe nat. Er was maar één remedie: je overgeven aan de weergoden en nergens meer op letten. Gewoon gaan met die banaan. Paden werden beekjes, beekjes werden watervallen. Rennen werd stampen in plassen, stampen in plassen werd waden door snelstromend water. Op sommige bospaden kon je geen hand voor ogen meer zien omdat de zon zich heel ver weg achter de wolken verstopte. Jammer dat de lens van mijn fototoestel besloeg, anders had ik wat meer spectaculaire foto’s kunnen laten zien.

Deze trail werd er een om nooit meer te vergeten. Dat alles zonder bril overigens, want daardoor zag je helemaal niks meer. Er waren twee drankposten aangekondigd, maar drankpost nummer twee hebben we nooit gezien. Weggespoeld?

Een halfuur nadat Leonie gefinisht was, als elfde overall en natuurlijk als eerste vrouw, sukkelde ik over de finish. Nou ja, zo slecht ging het eigenlijk niet eens, want ik plaatste me met mijn 2 uur en 42 minuten over 27 kilometer netjes in het linkerrijtje. In de tent die door de organiserende vereniging Les Gillets Blancs (de witte hesjes) ter gelegenheid van de trail na de finish was opgezet, moest je nog wel even goed kijken waar je ging zitten. Het water sijpelde aan vele kanten door het doek. De organisatie probeerde het water aanvankelijk in emmers op te vangen, maar zag al snel in dat dit een kansloze missie was.

Het maakte niet uit. De hoosbui en het enthousiasme van de witte hesjes zorgden voor een heerlijke traildag. Dit soort trails zijn duizend keer leuker dan loopjes van allerlei commerciële organisaties. Dankzij heel veel vrijwilligers (een perfect uitgepijld parkoers, veel parkoerswachten, allerlei activiteiten bij start/finish) en de medewerking van de locale overheden (warme douches in de sporthal, politiebegeleiding op de motor, ehbo) enzovoorts enzovoorts. En dan hebben we het nog niet eens over het slijk der aarde, het inschrijfgeld gehad: 7 hele euro’s.

Zo. En nu schakelen we over naar het traditionele gedicht van Pieter.

een mysterieuze weddenschap

de jonge atleet die altijd als laatste binnen komt
wedde met zijn vader dat het nu beter zou gaan
de ouwe heer had zijn tenen weer eens gekromd
en zei dat hij nooit iemand zal verslaan

de vader wilde wel een duidelijk bewijs
en zei het nog maar eens – je zal wel weer falen
de wedstrijd verliep echter prima – het was dus prijs
en de knul dacht – jij gaat mij betalen

hij zei tegen pa – ik had dezelfde tijd als de winnaar
want deze keer had ik behoorlijk haast
dus kom op met mijn prijs – je bent de sigaar
zijn vader was meer dan stomverbaasd

welke tijd heb je dan gelopen ?

ik had precies 12 minuten blank
papa was op dit moment flink bezopen
want hij is behoorlijk aan de drank

hij snapte er nix van en betaalde met tegenzin
handig was hij door zijn zoon genaaid
die ging opgewekt naar zijn vriendin
het meisje vindt haar vriendje enorm gehaaid ..

pieter
12 mei 2022

De UltraBalaton

Hardlopen is leuk, maar af en toe een stukje fietsen is ook niet verkeerd. Vrijdag en zaterdag fietste ik met Leonie mee, die meedeed aan de UltraBalaton. Dat is een ultraloop over 211 kilometer rond het Balatonmeer in Hongarije.

Het klinkt misschien wat overdreven, maar het is echt zo: Leonie zou volgens mij zeker finishen. Die bikkel kan blijven gaan en kent het woord opgeven misschien wel, maar heeft dat niet in haar woordenboek staan. Mijn grote vraag was: zou ik dat wel kunnen, 210 kilometer fietsen? Verder dan 75 kilometer was ik nooit geweest. Het antwoord was gelukkig volmondig ‘ja’. Geen centje pijn. In het begin had ik misschien een beetje zadelpijn, maar die verdween in de loop van de dag zowaar als sneeuw voor de zon. En met respect voor het hoge tempo dat Leonie loopt: fietsend was dat heel goed bij te houden. Zeker aan het eind, toen ze behoorlijk kapot zat en nog wat snelheid in moest leveren.

Eigenlijk waren er fietstechnisch maar een paar lastige momenten. In het begin van de reis, toen er een paar smerige heuvels beklommen moesten worden (waarvan één onverhard, met een heel gemene afdaling) en halverwege de nacht toen de slaap even toesloeg. Toen fietste ik Leonie doodleuk voorbij, alsof ze niet bestond. Een typisch voorbeeld van slaapfietsen. Verder was het eigenlijk gewoon een heerlijk tochtje, waarbij ik volop kon genieten van alles wat ultralopen zo mooi maakt.

Pastaparty

De UltraBalaton start en finisht in Balatonfüred, een luxe oord aan de noordoever van het meer. De individuele lopers (totaal 181, 40 vrouwen) starten op vrijdag om 7.00 uur, daarna starten er tientallen wedstrijden en toertochten, vaak voor estafetteteams maar ook voor fietsers. Toen we aan het eind van de zondagmiddag naar het vliegveld reden, waren er nog steeds lopers onderweg!

Vanaf Balatonfüred gaat het naar het westen, waar na een kilometer of 60 de zuidoever opgezocht wordt. In tegenstelling tot het noorden is het daar helemaal vlak, en ook een beetje saai. Je loopt langs het meer, maar krijgt het bijna nooit te zien. Niet de weg, maar luxe huizen met fraaie tuinen grenzen aan het Balatonmeer. Je loop voornamelijk door ellenlange, kaarsrechte straten, met ergens links het meer en rechts vlak naast je een druk bereden spoorbaan.

Ook met het geven van de plaatsnamen was men rondom het Balatonmeer niet erg creatief. Hier volgt de route: Balatonfüred, Balatonakali, Balatonszepezd, Balatonederics, Balatongyörök, Balatonberény, Balatonmáriafürdő, Balatonfenyves, Balatonboglár, Balatonlelle, Balatonszemes, Balatonszárszó, Balatonföldvár, Balatonszéplak, Balatonvilágos, Balatonkenese, Balatonfűzfő, Balatonalmádi en dan weer terug naar Balatonfüred. Toegegeven, er zaten ook nog wat plaatsen tussen met een niet Balaton-naam. Het waren er niet veel. De grootste was Siofok. Daar liepen/fietsten we in de nacht door. Er kwam geen einde aan.

De tocht begon zeer voortvarend. Het was om 7 uur een graad of 10, de zon scheen, er was weinig wind en de temperatuur liep in de loop van de dag langzaam op richting 20 graden. De vlam zat in de pijp en spelenderwijs liep Leonie de top10 binnen. Na een kilometer of 80 lag ze 8e overall en was ze, ik weet het niet helemaal zeker, 2e vrouw. Het was gezellig onderweg. Er was tijd voor een babbeltje en er viel soms wat te lachen. Zoals bij de uitvinding die ik deed. Leonie wilde dat ik een zakje van een bepaald merk in de bidon water oploste. Ik dacht dat ze een gelletje bedoelde maar het bleek om poeder te gaan. De gel-oplossing viel echter heel goed in de smaak en werd daarna nog diverse malen klaargemaakt.

Na een kilometer of 100 kwam er wat zand in de machine. Er leek wat sleet te komen op het tempo, maar het rare was dat Leonies horloge aan bleef geven dat ze 11 kilometer per uur liep. Veel later pas kwamen we erachter dat het niet klopte. Hoe ver het tempo ook zakte, de Garmin bleef beweren het tempo 11km/u was. En toen we op de borden bij de bevoorradingen keken, bleek dat we veel minder kilometers afgelegd hadden dan de Garmin aangaf. Dat zorgde voor een mentaal dipje.

Per saldo zakte het tempo en lag de finish verder weg dan gedacht. ‘Heb je dan niet gemerkt dat ik er mentaal helemaal doorzat?’, vroeg Leonie me na afloop. ‘Dit was mentaal gezien misschien wel mijn zwaarste loop ooit.’ Natuurlijk had ik door dat ze het moeilijk had. Ze zei dat ze zou gaan huilen van blijdschap als ze de finish over was. Maar ja, dit was de eerste keer dat ik naast haar fietste. Bij de Spartathlon reed ik van punt naar punt en zag ik haar maar heel even. Misschien gedroeg Leonie zich ook wel zo tijdens een marathon. Of misschien ook wel tijdens een halve marathon. Wist ik veel?

Er werd gepuft, er werd gekreund, zo nu en dan hoorde ik wat onverstaanbaar gemompel maar uiteindelijk bleef Leonie wel gewoon door rennen. Twee keer dacht ze dat ze een drankpost was, die er niet was. Een fata morgana in de nacht. Was het wishfull thinking? De hoop op een momentje rust omdat je bij een drankpost even stil mag staan? Of iets van een hallucinatie? Ik hoorde van een loper dat hij tijdens de Spartathlon allerlei wilde dieren voor zich zag lopen op de weg en dat hij eigenlijk niet verder durfde. Wat het ook was, het zal waarschijnlijk iets met vermoeidheid te maken hebben.

Er waren ook positieve dingen. Leonie haalde aan het eind van de nacht Szilvia Lubics in, ooit winnares van de Spartathlon. En toen Balatonfüred in zicht kwam, werd ook Eva Toth nog even verschalkt, ook niet de minste ultraloopster van de wereld. Het tempo lag niet al te hoog meer, maar het besef kwam dat niemand er meer jofel bijliep. De laatste kilometers gingen door een volkomen uitgestorven Balatonfüred. Het was 6 uur in de ochtend. De pijp was leeg maar de huilbui op de finish bleef uit. Wel was er euforie. Afgezien als een beest. Gefinisht als 4e vrouw en 12e overall. Een topprestatie. Hulde voor de loper en een beetje voor de fietser. Al zegt hij het zelf.




Tot slot weer een gedicht van Pieter


blijf versnellen


blijf versnellen tot het bereiken van de streep
de wedstrijd is pas klaar na het passeren van de lijn
ontworstel je aan de klok zijn greep


de juryleden controleren alles op videotape
zij genieten enorm in hun domein
blijf versnellen tot het bereiken van de streep


de winnaar ranselde zich met een mentale zweep
de euforie spatte uit zijn brein
ontworstel je aan de klok zijn greep


de britse verliezer was not in a very good shape
zijn droefenis was meer dan schijn
blijf versnellen tot het bereiken van de streep


de trainer nam een hele groep op sleep
dat was voor de beginners een mooi festijn
ontworstel je aan de klok zijn greep


voor de last van het bestaan is lopen een escape
het verzacht een flink stuk van de pijn
blijf versnellen tot het bereiken van de streep
ontworstel je aan de klok zijn greep


pieter
20 maart 2022

De Marathon Zeeuws-Vlaanderen

Toen Jan Bostelaar me vertelde hoe hij zaterdag over de finish van de Marathon Zeeuws-Vlaanderen kwam, moest ik eerst een beetje lachen en daarna denken aan Graeme Obree. In mijn tijd van sportjournalist kwam ik met deze Engelse wielrenner in contact omdat hij twee keer het werelduurrecord verbeterde. Dat was bijzonder, want hij was niet bepaald een wereldtopper. Zijn geheim was een buitengewoon merkwaardig model fiets. Er was zelfs een onderdeeltje van een wasmachine in verwerkt. Je kon amper fatsoenlijk op het zadel zitten, maar die fiets ging wel verschrikkelijk hard.

Nou wil ik niet zeggen dat Bostelaar iets met wereldtoppers heeft of records heeft verbroken, maar de Westkappelaar kan wel net zo out-of-the-box denken als Obree. Jan worstelt nogal heftig met zwakke kuitspieren, waardoor hij regelmatig geblesseerd is. Zo ook zaterdag in de marathon Zeeuws-Vlaanderen. Onderweg naar de start, achterin de bus van Gerrit Spaans, begon hij er al even over en inderdaad, niet veel later was het prijs. Na 30 kilometer begon er weer een kuitspier op te spelen.

Maar Jan is niet voor één gat te vangen. Een koffiebekertje bracht uitkomst. Hij frommelde het ding onder zijn hiel in zijn schoen, waardoor hij wat hoger op zijn hak stond. En voort ging het weer. Na 4 uur en 16 minuten kwam hij over de finish, een uitstekende tijd voor een 72-jarige met kuitproblemen. Ja, soms moeten hardlopers creatief zijn. Ik herinner me Arjan Beije die de Kustmarathon achteruit lopend beëindigde omdat hij te veel spierpijn had om nog gewoon te lopen. En die man die ondersteund door een stok uit het bos finishte omdat hij zijn enkel verzwikt had. Of die vrouw die de verlichting van haar mobieltje gebruikte om de laatste kilometers af te leggen omdat haar hoofdlampje het niet meer deed. De mooiste finish die ik me kan herinneren is die van een Keniaan die de marathon van Brussel won. Hij kwam vanaf de verkeerde kant over de streep!

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Zelf had ik geen kunstgrepen nodig om lekker te finishen. Met dank aan Sjef Goris, prominent Rounderground-lid, die me na een kilometer of 20 op sleeptouw nam. Zelf had ik het eerste stuk het tempo aangegeven, maar nadat we een heel eind achter een dijkje uit de verkoelende wind hadden gelopen, had ik even tijd nodig om mijn hartslag weer wat naar beneden te krijgen. Met Sjef en een teamgenoot van hem voor me lukte dat aardig. Mede omdat deze mannen een duidelijke instructie op hun rug hadden: Keep Running.

Zo’n gangmaker beviel we wel, zeker omdat het steeds wat meer moeite kostte om het tempo zelfstandig vast te houden. Sjef loodste me langs Drieschouwen, door het Axelse Bos, langs de Axelse Kreek, over de Graaf Jansdijk naar Schapenbout, over dat altijd schots en scheef liggende Eiland van Meier en dan zo, poef, langs de Terneuzense kreek richting Zeedijk. Daar moest ik Sjef laten gaan, maar toen was de buit al een heel eind binnen. Het tweede deel liep ik maar 40 seconden langzamer dan het eerste en in de rangschikking was ik 72 plaatsen opgeschoven. Hatsekidee. Een mens heeft helemaal niks geen hallucinerende middelen nodig. Ga lekker hardlopen, spaar je krachten en zorg ervoor dat je aan het eind lekker veel lopers kunt inhalen. Niks geestverruimender dan dat. Het is ook als poëzie van Pieter. Zie onderstaand gedicht.

Wat ook lekker maar tegelijker tijd ook een beetje irritant was, was het zweet in mijn ogen. Zaterdag maakte ik daar weer kennis mee na maandenlange afwezigheid. Met bijna 20 graden was het opeens behoorlijk warm. Het is irritant want het prikt, maar het is ook heel fijn. Het betekent immers dat de zomer er weer aankomt, dat het kortebroekenenkortemouwenweer wordt en dat er weer allerlei hartstikke leukte loopjes aan zitten te komen. Loopjes met aan het eind een lekker gezellig biertje op een zonovergoten terras.

Overigens, één van die leuke loopjes is natuurlijk marathon Zeeuws-Vlaanderen. Met een lekker ontspannen sfeer, mooi parkoers, zo hier en daar veel publiek en om zeker niet te vergeten, uitstekend georganiseerd met heel veel enthousiaste vrijwilligers. Arnold Boonman en zijn mannen en vrouwen: hartelijk bedankt en dat jullie nog maar lang zo door mogen gaan.

poëzie

is overal
zelfs in de buurt van de atleet
die even op adem komt
poëzie zit dus ook in een time out
tijdens het hardlopen

poëzie is overal
met een verhoogde hartslag
en een open blik naar de omgeving kijken
en genieten van al het moois in de natuur
poëzie is overal
maar het begint in jezelf

poëzie zit in het stromend water in het kanaal
het zit in het gras dat waait in de wind
dat elegant buigt als de beschermer van de bloem
die naast het bankje staat waarop ik zit

ik kijk naar boven en zie de lucht
de wolken schrijven met mooie kleuren
een prachtig verhaal
het wisselt steeds en mijn hartslag daalt
zelfs in een grauwe lucht
waar de zon doorheen probeert te breken zit poëzie

poëzie zit niet in een gedicht
de mooiste woorden in een gedicht
zijn niet in staat om poëzie uit te drukken
hoe goed we het ook proberen
poëzie is sterker dan het gedicht

poëzie is gratis

je moet het wel zien
zonder ogen die poëzie herkennen
heeft het leven één dimensie minder
poëzie zit in jezelf

poëzie is overal
op elke meter van mijn jaagpad
in elk golfje in het kanaal
en in alle wolken boven mijn hoofd

22 april 2022

De Zestig van Texel

Al een paar jaar heb ik een hyper-de-luxe hardloophorloge. De Garmin Fenix 5. Dat ding kan vanalles. Van simpele dingen als tijd, hartslag en afstand opnemen tot en met ingewikkelde zaken als routes weergeven en aangeven of je wel hard genoeg traint. Het is een heerlijk bezit, maar soms vervloek ik dat ding toch ook een beetje. Zoals zondag in de Zestig van Texel.

Het ging prima in dé ultra-klassieker van Nederland. Het was prachtig weer, er hing een ontspannen sfeertje en enigszins tot mijn verbazing bleek de vorm heel goed. Op de helft, na 30 kilometer dus, gaf mijn Garmin aan dat ik die net binnen de 3 uur had afgelegd. En dat terwijl dat het moeilijkste (en tevens mooiste) stuk was. Je loopt vanaf de start bij de boot 3 kilometer over asfalt en dan ga je via de duinen het strand op. Een prachtig stuk, maar ook best zwaar. Met veel mul zand. Na een kilometer of 5 strand ga je de duinen over en trek je het bos in. Dat verruil je dan weer voor duinen en strand, weer duinen en een stuk onverhard en een steile dijk, waarna er bijna alleen nog maar asfalt resteert.

Na die eerste 30 kilometer plofte ik voor een time-out even neer bij Jan en Lenie. Zij voorzagen mij op een paar plekken van spijs en drank en zorgden voor veel gezelligheid op de heen- en terugreis. ‘Over het tweede stuk mag ik vierenhalf uur doen’, sprak ik stoer tegen Lenie, waarna ik uitlegde dat de tijdslimiet in de Zestig van Texel tegenwoordig op 7,5 uur ligt. Natuurlijk was ik dat niet van plan. Het ging zo lekker, geen haar op mijn hoofd die eraan dacht om het tempo terug te schroeven.

De marathon ging volgens mijn Garmin in 4.05 en toen bedacht ik dat ik best binnen de 6 uur zou kunnen finishen. Dat zou mooi zijn! Het is me nog maar één keer eerder gelukt. Dus dan ren je nog gewoon lekker door en begin je te rekenen. 1 uur en 55 minuten voor 18 km, dat betekent dat je ongeveer 6.20 over een kilometer mag doen. Een eitje. Maar dan komt de twijfel. Opeens zie je langs de kant een bord staan dat je nog 10 kilometer moet, terwijl je al 51 kilometer op je horloge hebt staan. Verrek, da’s waar ook, denk je dan. Die Garmin van mij is altijd net iets te vriendelijk. Het registreert kilometers die nog net geen kilometer zijn. Er volgt een nieuwe rekensom, waaruit blijkt dat je over die laatste tien kilometers geen 6.20 per kilometer mag doen, maar slechts 6 minuten. Dat is 10 kilometer per uur. Moet nog steeds kunnen.

En als je dan nog even doordenkt, voor zover nog mogelijk na 50 kilometer rennen, dan realiseer je je dat je bij de start helemaal niet over een mat gelopen bent. De tijdwaarneming begon bij dat startschot, voor iedereen. Dus ook voor mij, terwijl ik in al mijn bescheidenheid ver vanachter startte en naar schatting pas na een klein minuutje over de startlijn sukkelde. En toen pas mijn Garmin aan het werk zette. Ik had waarschijnlijk nog iets minder dan 6 minuten per kilometer. Oeffff. Als dat waar is, zou het best nog wel eens spannend kunnen worden. Bij iedere piep-en-tril van je Garmin kijk je erop. Iets wat je je nou juist verboden hebt. Je wil niet dat zo’n horloge je hardloopplezier verkleint omdat hij je vertelt dat je je misschien wel lekker voelt, maar eigenlijk een beetje langzaam gaat… Lekker lopen, daar gaat het om. Niet om de cijfertjes. Eigenlijk is die Garmin niet meer dan ballast.

Maar goed, je wilt het nu wel weten. Was de kilometer onder de 6 minuten? Garmin, lieve lieve Garmin, vertel het me! Je weet dat er nog een ‘berg’ komt. Weliswaar nog geen 10 meter hoog, maar toch retezwaar als je hartslag in al je ijver om onder die 6 uur te blijven langzaam richting 170 gaat. Even slaat het pessimisme toe, maar dat verdwijnt weer als je beseft dat je die berg ook weer af mag. Daarna gaat het linksaf en blaast de Texelse wind je gelukkig weer zachtjes in de rug. En dan voel je ook nog dat allerlaatste restje vorm zitten dat je dag zo heerlijk veraangenaamd heeft. In de finishstraat kan je warempel nog een sprintje trekken en loop je je allersnelste kilometer van de hele dag. Volgens Garmin.

Dat ding stopt na 60,93 kilometer en 5 uur, 58 minuten en 44 seconden. Ruim onder de zes uur! Maar je weet dat dat niet de tijd zal zijn die de organisatie achter jouw naam zal zetten. Na een minuut of 10 zie ik in de groepsapp van Leonie 120 een berichtje van Karin. 60 kilometer in 5.59.17! Hieperdepiep, het is gelukt. Niet superbelangrijk maar wel hartstikke leuk. De pijn in mijn benen is opeens helemaal verdwenen en het biertje dat Jan voor me haalt smaakt als champagne. Alweer een heerlijke hardloopdag!

Over 2 jaar is er weer een Zestig van Texel. Wat zou ik daar graag weer aan mee doen. Jan en Lenie willen ook weer mee. Mijn Garmin laat ik thuis.

Hier weer een toepasselijk gedicht van Pieter. Dank Pieter, voor het opwaarderen van mijn blog!

hoe komt een ultraloper….

hoe komt een ultraloper ooit tot bedaren ?
zo’n atleet blijft toch altijd jager-verzamelaar !
moet je zoiets eigenlijk wel verklaren ?

door veel te rennen spint zijn gezondheid garen
stil blijven zitten is een ultiem gevaar
hoe komt een ultraloper ooit tot bedaren ?

sportmensen genieten van al hun jaren
ze hebben altijd veel plezier met elkaar
moet je zoiets eigenlijk wel verklaren ?

de luiaard zit al lang op zijn blaren
dat vinden we echt niet zo raar
hoe komt een ultraloper ooit tot bedaren ?

de rennende dichter hoeft niet in zijn bol te staren
hij raakt regelmatig de juiste snaar
moet je zoiets eigenlijk wel verklaren ?

moet iedereen zich in een loopgroep scharen ?
jazeker! en lekker rennen met elkaar !
hoe komt een ultraloper ooit tot bedaren ?
moet je zoiets eigenlijk wel verklaren ?

pieter
25 maart 2022

De Transgrancanaria

De zomer lonkt en dan denk je eindelijk af te zijn van al die moddertrails. Olne-Spa-Olne, de Bello Gallico, de Bossen van Vlaanderentrail, de Trail Het Leen. Ze waren leuk maar als je voor de zoveelste keer met de modder achter je oren thuiskomt, dan is het weleens mooi geweest. De Bosbokkentrail vorige week was daarom al een verademing en de Transgrancanaria zou zaterdag het definitieve afscheid van het modderseizoen betekenen. Niet dus. De eerste 30 van de 65 kilometers van de trail dwars over Gran Canaria bestond – je raadt het al – uit modder. Heel veel soms levensgevaarlijke modder.

De Canarische Eilanden staan bekend als de eilanden van de eeuwige lente. Die status konden ze zaterdag niet bepaald waarmaken. Het was noodweer in de binnenlanden van Gran Canaria. Storm, regen, mist, kou, met enige overdrijving apocalyptische toestanden. Aan de start in Artenara stonden zo’n 700 verkleumde trailfanaten die niet konden wachten om te vertrekken. Hoe opzwepend de muziek ook klonk, hoe mooi het Canarische volkslied ook werd gezongen, hoe hard de speaker ook door de geluidsboxen schetterde, de lopers stonden er apatisch bij en keken ernaar. Het enige dat ze deden was de armen om het lichaam slaan en sprongetjes maken. Om warm te blijven. Het leek de start van de Elfstedentocht wel.

Toen we eindelijk op weg waren, bleek pas hoe deplorabel de staat van het parkoers was. De anders altijd zo stoffige singletracks waren getransformeerd tot blubberpoeltjes met uit-stekende spekgladde rotsen en kasseien. Gelukkig liepen de eerste 10 kilometer voornamelijk bergop. Dat was een stuk veiliger dan bergaf. Althans voor mij. Er waren ook lopers die voetje voor voetje hun weg naar boven zochten. Dat leidde tot lange opstoppingen. Enig voordeel was dat je je dat eerste stuk niet kon overvragen. Het was achteraan aansluiten en wachten op je beurt.

Daarna kwam de eerste afdaling, naar Tejeda. Zo nu en dan speelden zich daar komische taferelen af. Lopers die hele en halve pirouettes produceerden, afgemaakt met fraaie glijpartijen op hun kont of andere lichaamsdelen. Maar soms was het ook schrikken wanneer er iemand écht zwaar op zijn of haar plaat ging.

Mij bleef al dat leed wonderwel bespaard, ondanks het feit dat ik de afdaling zonder bril moest doen. Door de regen kon ik er nauwelijks nog iets door zien. In Tejeda was het gelukkig droog, maar we wisten dat we weer omhoog moesten en dat het vooral daar noodweer was. Op naar El Garanon, een verzameling blokhutten op 1800 meter. Het veld lag al wat verder uit elkaar dus we konden nu lekker doorstiefelen. Omhoog door steeds meer modder, met steeds slechter zicht, met ijs- en ijskoude handen en zo hier en daar met de striemende wind in het smoelwerk.

Eerlijk gezegd had het ook wel iets heroisch. Hier liep hij dan, Koentje de Vries op zijn bijna 65e op een subtropisch eiland bij weer waar de Noordpool zich niet voor zou hoeven schamen. Wat een avontuur! En misschien nog wel eerlijker gezegd: hij had hier ook wel eens met 25 graden gelopen. Dat vond hij toen veel en veel zwaarder. Alleen dat afdalen was en bleef een dingetje. Als je hier écht op je smoel zou gaan dan zouden de rapen behoorlijk gaar zijn. Voorzichtig dus! In El Ganaron wachtte een warme maaltijd. Honger maakt rauwe bonen zoet, de pasta met tonijnsaus smaakte goddelijk. Even verderop maakten twee lieftallige dames een kopje loeihete nescafé koffie voor me klaar. De twee zakjes ritsten ze op mijn verzoek zelf open. Met mijn koude handen kreeg ik dat niet voor elkaar.

Niet alleen het weer zorgde voor verrassingen. De organisatie van de Transgrancanaria doet dat eigenlijk altijd. Ik stond nu voor de 7e keer aan de start en er is altijd wel iets. Afdalingen waar je zelfs je grootste vijanden nog niet op los zou willen laten (wat bij mij leidde tot een ontwrichte pink), een tocht door een droge rivierbedding met niet te ontlopen loeiers van keien, een stuk mul zand met de finish in zicht. Dit keer was het parkoers drastisch omgegooid, wat zorgde voor een extra gevaarlijke afdaling en een extra loodzware klim. En een klauterpartij naar het hoogste punt van het parkoers, alwaar je bijna letterlijk van de berg werd afgeblazen. Bijkomende verschijnselen: wat mentale dipjes omdat ik dit overwerk niet had verwacht.

Vanwege die storm was het centrale punt van de trail, de Roque Nublo, tot verboden gebied verklaard. Dat scheelde weer een klimmetje, maar het instagram-berichtje dat ik vanaf daar jaarlijks verzend kwam daardoor niet uit de verf. Ergens achter een rots in de buurt heb ik een plaatsvervangend berichtje met foto in elkaar gefrummeld. Toen ik het zojuist terug las, constateerde ik nogal wat wartaal. Het lijf functioneerde er nog prima, de geest blijkbaar een stuk minder.

Tijdens die nieuwe klauterpartij zag een Canarische loper waarschijnlijk wat wanhoop in mijn ogen. ‘Over een half uur heb je hartstikke warm’, voorspelde hij. Hij had gelijk. Na die hoogste berg en een klein stukje afdaling lachte de zon ons opeens vriendelijk toe. Het koude noorden was overwonnen, het warme zuiden lag opeens voor ons. De regenjas ging in de camelbag en een paar kilometer verderop volgde de dikke trui. Er lag een prachtig avontuur achter me, een nog mooier slotakkoord zat eraan te komen. Die laatste 35 kilometers, voornamelijk bergaf, waren een feestje.

Het lijf voelde goed, ik kon in tegenstelling tot vele anderen gewoon lekker blijven rennen en de finish naderde met rasse schreden. Zelfs een foutje kon de pret niet drukken. Bij de post in San Bartelome de Tirajana vergat ik mijn stokken mee te nemen. Ik moest een stuk terug om ze op te halen maar dat maakte niet uit. Een bidon cola en twee handen noten gaven me in Ayagaures voldoende energie voor de laatste 14 kilometer naar de finish. De zeven eenzame kilometers door de droge rivier waren zo voorbij en als je tussen de berghellingen opeens het licht van Maspalomas ziet verschijnen, weet je dat je er bijna bent. Een oase-gevoel.

Dan is er opeens ook weer publiek. Het staat er al uren en heeft toch nog motivatie en energie om ook jou, loper uit de diepe krochten van de grauwe middenmoot, naar de finish te klappen en te schreeuwen. Heerlijk is dat. Het voelt alsof er een vol stadion je staat toe te juichen. Hoe mooi ook, die 65 kilometers zijn niet in je kouwe kleren gaan zitten. Je kunt alles gebruiken om je ene been nog fatsoenlijk voor je andere te zetten.

65 kilometer voor een bijna 65-jarige. Wat ben ik blij dat ik het nog kan. Zwaar afgezien, maar gezond en ongehavend over de finish gekomen. Hoera. Wat heb ik genoten, wat kan het leven mooi zijn.

GEDICHT GEDICHT GEDICHT GEDICHT GEDICHT GEDICHT GEDICHT GEDICHT GEDICHT GEDICHT

dubbelsonnet

I

een collega dichter daagde me uit

om alleen te dichten met getallen

hij is echt een liederlijke schavuit

die verwacht dat ik het zal verknallen

hij rekent echter buiten de waard

want in zijn kuil ga ik niet vallen

ik ben rustig en begin heel bedaard

aan een gedicht dat mij zeker zal bevallen

het wordt een eenvoudig sonnet

om een wedstrijd uit te drukken :

voor het omslagpunt geldt een ijzeren wet

dat een wedstrijd alleen kan lukken

als je hem rustig en verstandig op zet

alleen dan kan je de vruchten plukken

II

141 145 149 155 169 183 185 187

186 184 183 185 183 185 184

186 183 179 180 183 184 185 184

183 182 180 181 183 186 187

186 185 184 185 188 189 189

187 185 184 183 185 184 186

190 186 183 185 184 184 186

184 183 185 183 184 185 186 189

188 186 184 182 181 177

184 185 186 188 189 189

189 188 185 184 183 181 177

179 181 184 186 189 189 189

188 185 184 183 180 177

179 184 191 193 194 195 189

pieter

23 februari 2022

De Bosbokkentrail

Ergens halverwege de Bosbokkentrail passeerden we een Belg. Hij liep met de tong op zijn schoenen. We dachten dat hij hier voor het eerst liep en dat hij het terrein een beetje verkeerd had ingeschat. Dat bleek niet zo te zijn. De goede man vertelde dat hij voor de tweede keer door de prachtige natuur van de Kop van Schouwen liep. Twee jaar geleden deed hij ook mee en vond het toen zo mooi dat hij toen al zeker wist dat hij terug zou komen. Met een paar loopvrienden.

Dodemanspad1

Hij hield woord, alleen had hij vooral de mooie dingen onthouden. Een paar zware stukken waren uit zijn geheugen gewist en nu moest hij op de blaren zitten. Vooral het traject van een kleine 3 kilometer door de Meeuwenduinen, over het beruchte Dodemanspad, hakte er nogal heftig in.

Dodemanspad 2

Ach ja, het Dodemanspad. Vroeger klonk die naam me nogal mytisch en heroïsch in de oren. Een van mijn eerste klussen voor de PZC was een verslag maken van de Pannenkoekloop en toen de organisator me over het Dodemanspad vertelde, dacht ik dat hij een grapje maakte. Dat was een jaar of 30 geleden. Er zelf overheen lopen was niet aan de orde, want het lag nogal afgelegen en ik was toen niet meer dan een simpele wandelaar. Een interview met de winnaar (geen idee meer wie dat was) leerde me na afloop dat dat Dodemanspad écht bestond. En dat die naam niet zomaar uit de lucht was komen vallen.

Tien jaar later rende ik voor het eerst van m’n leven over dat Dodemanspad. Ik was gaan hardlopen en debuteerde in de Pannekoekenloop. Voor de prachtige natuur had ik toen geen oog. Allemachtig, wat ging ik daar kapot. Alleen maar mul zand, duin op duin af, de ene nog steiler dan de andere. Er kwam maar geen eind aan. Toen we eindelijk naar het strand afdaalden was het al helemaal over en uit. Een kilometer of 6 gelopen, nog ongeveer 9 te gaan. Ik weet nog dat ik me op het strand kon verschuilen in een groepje en dat de wind desondanks heel hard in mijn snufferd blies. En dat er daarna in het bos nog een heleboel gemene heuvels kwamen met opnieuw heel veel mul zand. Het mytische en heroïsche beeld van het Dodemanspad had plaatsgemaakt voor een beeld van de hel.

Dat was toen. Inmiddels klinkt de naam Dodemanspad me weer wat vriendelijker in de oren. In de tussentijd heb ik wat meer spieren in de benen gekweekt en wat meer ausdauer in het lijf. Nu kan ik genieten van het fantastische landschap, dat je net zo goed op de Veluwe of met een beetje fantasie in de Sahara tegen zou kunnen komen. Dat genieten wordt echter altijd gelardeerd met een vleugje pijn. Degene die wil beweren dat hij of zij daar de man met de hamer nooit tegenkomt, mag zich bij mij melden. Ik ben heel benieuwd hoe hij of zij dat doet.

Dit keer bedroeg die pijn bij mij iets meer dan een vleugje. Ik liep samen met Berry Knibbeler, we zouden het rustig aan doen en mede daarom had ik voor de start stoer beweerd dat een hardloper geen haast moet hebben. Bij mij pakt dat soort voornemens vaak toch iets anders uit. De eerste kilometers deden we het dacht ik behoorlijk rustig aan. Op het strand wandelden we zelfs een stuk om goed te kunnen eten en drinken. Tot de Meeuwenduinen was er eigenlijk niet veel aan de hand. Maar daar aangekomen merkte ik dat het allemaal toch wat aan de snelle kant was geweest. Het was niet rustig genoeg geweest.

Op het Dodemanspad ging ik al een beetje behoorlijk kapot en in het bos liep het ballonnetje nog wat verder leeg. De laatste lus door de Zeepeduinen was een verzoeking. De griepjes van de laatste weken bleken meer schade te hebben aangericht dan ik had verwacht. Berry verdween langzaam uit het zicht. Zelden zo kapot gegaan in een trail van slechts 30 kilometer. In het klassement wachtte me een plaats ver in de achterhoede.

Er was ook een canitrail. Prachtig, rennen met die honden. Zou ik ook wel eens willen.

Thuis had ik kookdienst. Ik heb friet gebakken, de coq au vin in de oven gezet, groente gekookt, een toetje gemaakt en zelfs afgewassen. Maar dat waren dan ook wel zo’n beetje de laatste zinvolle activiteiten van de dag. In bed heb ik gedroomd van het Dodemanspad. Ik heb er wel twintig keer over gelopen. Doodmoe werd ik wakker.

Tot besluit het gedicht. Hij is weer mooi, Pieter! Een heuse vilanelle.

ren,

ren, ren doorheen het einde van de nacht

de dag moet leven en jij moet gaan

schreeuw dat de nieuwe morgen op je wacht

de snelle die doorgaat tot het einde van zijn kracht

hoort tot 3 maal toe het kraaien van een haan

ren, ren doorheen het einde van de nacht

de trage loper die naar meer snelheid smacht

kan niet goed met zijn verlies omgaan

schreeuw dat de nieuwe morgen op je wacht

de ultraloper die lekker draaft zonder klacht

laat om een verloren uur geen traan

ren, ren doorheen het einde van de nacht

de zwaarmoedige die altijd op verlossing wacht

moet deze duisternis doorstaan

schreeuw dat de nieuwe morgen op je wacht

en jij stoere loper die daar lacht

kijk de nieuwe morgen maar eens aan

ren, ren doorheen het einde van de nacht

schreeuw dat de nieuwe morgen op je wacht

pieter

11 februari 2022


	

Trail Het Leen

Het heeft even geduurd maar zaterdag kwam er weer eens een dnf achter mijn naam. De immense blubberpoel in het provinciaal domein Het Leen (bij Eeklo in België) maakte het mijn kwetsbare ruggetje zo lastig dat ik na 2 van de 3 rondjes van 11 kilometer de pijp aan Maarten gaf. Vaak heb je een dag later spijt als haren op je hoofd dat je ermee gestopt bent, maar gelukkig is dat in dit geval niet zo. Over 3 weken hoop ik de Advanced van de Transgrancanaria (ca. 64km) wel uit te lopen en dat kan alleen met een lijf dat (bijna) tiptop in orde is.

Voor alle duidelijkheid: niks negatiefs over de trail van de Cavalopers, onder leiding van onze goede vriend Luc de Jaeger-Braet. De trail Het Leen zat picobello in elkaar, was prima georganiseerd en er was veel publiek en gezelligheid. Daarbij was het fantastisch winterweer. Weinig wind en een lekker zonnetje. En fijn dat het café bij het domein ons na afloop van voldoende spraakwater kon voorzien. Dat maakte de dag compleet.

Na al dat gebagger deze winter in andere trails – drie weken geleden nog 47km in de Bossen van Vlaanderen Trail in Aalter – vond mijn rug het echter een beetje te veel van het goede worden. Stampen in diepe plassen en modder haalt bij veel trailers het kind van ooit weer boven. Heerlijk onbevangen los gaan, de stress van de laatste weken achter je laten, met bagger tot in je haren thuiskomen en daar dan ook nog even lekker over opscheppen. Vertel mij maar hoe je je zaterdag beter kunt besteden. Alleen, steeds weer onverwachte uitglijders herstellen met twee beschadigde ruggenwervels gaat niet in je kouwe kleren zitten.

Leonie Ton en Marco Riemens trotseerden de omstandigheden vier ronden lang bijzonder kranig. Leonie schitterde als vanouds, werd vierde overall en eerste vrouw in 3.44.22, amper 10 minuten achter de winnaar. Marco finishte als 12e in 04.16.02.

Zojuist kom ik tot de conclusie dat ik het intro zou moeten herschrijven. In de uitslagen staat er helemaal geen dnf achter mijn naam. Sterker, ik sta er helemaal niet in. Alleen de finishers zijn er in opgenomen. Ik stel voor dat we dat zou houden. Niet doorvertellen en net doen alsof ik helemaal niet heb meegedaan. Verder laten we de beelden spreken. En vergeet niet het gedicht van Pieter te lezen, want dat is zeer de moeite waard!

onder de streep

aan alle gedichten op de wereld
wil ik nog een paar strofen toevoegen
niet dat het veel zal voorstellen
het is niet meer dan een persoonlijke terugblik
op mijn leven als hardloper

ik scharrel een beetje rond in mijn geheugen
en blader wat in mijn trainingsdagboek
ook sla ik mijn uitgeprinte palmares open

ik lees hoe het allemaal begon
na teveel bier en sigaretten
ruige motocrosswedstrijden
en een mislukte badmintoncarrière
begint het met een eenvoudig schemaatje
om te kijken of hardlopen iets voor mij was
een paar keer per week een kort stukje
zo begon het

op elke volgende bladzijde
staat hoe het verder ging
van weinig naar meer en zo verder
de eerste prestatieloopjes
daarna meer kilometers
zelfs tempotrainingen
de wereld draaide vlot onder me door
en de tijd ging rustig zijn gangetje
toen het lidmaatschap van dynamo
en dan de wedstrijden
god wat gingen ze allemaal vreselijk hard

het werd vloed
op het toppunt van mijn trainingsomvang
staan veel kilometers
ik lees ook ambities
wat ik graag zou willen bereiken
zoals een marathon onder de 3 uur
en 10 Engelse mijl binnen een uur
ook lees ik regelmatig hoe tevreden ik was
de schaduwkant van zelfbedrog
4e plekken staan er ook in
met het nodige chagrijn

hier en daar staan wat aantekeningen
die al die kilometers relativeren
zoals het overlijden van
familieleden en bekenden
leven is meer dan hardlopen
het plezier werd soms vermengd met droefenis
maar het atletiekleven ging altijd door
vaak als therapie voor geestelijke rust
dat is de wezenlijke waarde
meer is het niet

ik zie een hele reeks van activiteiten
in de plus en in de min
over hoe mijn atletiekleven is verlopen

het wordt eb
aan het eind van beide documenten
zie ik een neerwaartse spiraal
zowel qua trainingsomvang als van de prestaties
tevredenheid en jammer wisselen elkaar af

het stemt me per saldo niet droef
het is zoals het is
onomkeerbaar heeft het leven zijn loop
de stilte schreeuwt me soms wel aan en
de heimwee probeert me in te palmen

je mag bescheiden groot zijn in het succes
maar je moet de neergang accepteren
de frustraties over wat ik niet meer kan
werp ik grootmoedig van me

wel hoop ik dat ik nog wat kan blijven lopen
daar gaat het gedicht over

ik pak een vel geschept papier
en schroef de dop van mijn vulpen
maar hij blijkt te lekken
er stroomt bloed zweet en tranen uit
en met aarzelende hand schrijf ik
één van mijn laatste gedichten:

“onder de streep“

pieter
11 februari 2022

De Bossen van Vlaanderentrail

Zaterdag gingen Jan-Willem, Leonie en ik op verplaatsing naar Aalter voor de Bossen van Vlaanderentrail. Ik had wel goesting in de 47 koerskilometers. Het was in de voormiddag al schoon weer, weliswaar een pietelijklein beetje dompig, maar weinig winderig.

Door de corona zat vooraf gezellig klappen met een tas koffie er niet in. Het was omkleden bij de voiture, een beetje koukleumen en vertrekken vanaf het plein. Het was de afgelopen week droog, het parkoers lag er meestentijds schoon bij, maar mieljaar, wat lag er zo hier en daar toch nog veel slik! Al na 5 kilometer zag ik een kwistenbiebel die uitgleed en vol op zijn plaat ging. Niet veel verder had crapuul een bordje verhangen, waardoor een groot deel van mijn voorgangers verloren liep. Amai en nondeju! Liep deze ouwe zot zomaar verschietelijk in de topvijf! Wat was ik fier!

Lang duurde dat niet. Subiet kreeg ik een klopke en moest ik de rol lossen. Bij de bevoorrading hielpen stukjes speculoos en appelsien en wat plat water me er weer bovenop. Het was heerlijk dieselen door de Vlaamse bossen met zo hier stukjes kassei of makkadam.

Zo, en laten we nu maar stoppen met dat geforceerde Vlaamse gelul door een kaaskop, want die kan er toch niks van. Na die inzinking dacht ik dat ik lekker opschoot. Een groepje onderwijzers dat al rennend een skireis in de paasvakantie aan het plannen was, nam me op sleeptouw. We haalden de ene na de andere trailer in. Tot mijn grote verbazing moesten zij opeens gaan wandelen en stond ik er alleen voor. Maar ik bleek zonder het zelf te weten nog een troefkaart in mijn mouw te hebben.

Toen ik ’s morgens voor het vertrek mijn Hoka Speadgoats wilde aantrekken, bleek dat niet te lukken. Na de Bello Gallico had ik ze te drogen gezet op de verwarming en daardoor waren ze wat gekrompen. Omdat Leonie en Jan Willem op me wachtten, trok ik snel een ander paar schoenen uit de kast: de Race Ultra van Inov8, minstens tien jaar oud. Lichtgewicht schoenen met weinig demping, maar wel met heel veel profiel. Wat een grip! Waar anderen door de modder glibberden en gleden, ging ik als een olietanker recht door zee. Heerlijk was dat. Na afloop was het even minder, want toen voelde ik door het gebrek aan demping mijn kuiten veel meer dan anders.

Na iets meer dan 5 uur rennen kreeg ik van organisator Joeri Schepers een fraaie, handgemaakte houten medaille omgehangen. Dat voelde goed. Lekker gelopen vond ik, en bijna even snel (of langzaam) als drie jaar geleden. Even verderop stond Leonie, omgekleed en al. Ze bleek al vijf kwartier binnen te zijn. Als eerste vrouw en zevende overall. Ik gunde het haar van harte, maar het zette mijn eigen prestatie wel behoorlijk in perspectief. Die kan misschien nog wel wat beter. Pleister op de wonde: Jan Willem deed er nog iets langer over dan ik.

Na afloop geen douches, geen gezellige nazit in de kantine, geen prijsuitreiking. Maar een kniesoor die daar op let. We moeten blij zijn dat we van die gastvrije zuiderburen hebben. Anders hadden we de laatste maanden niet eens van die half-plezante hardloopdagen mee kunnen maken. Dank mannen en vrouwen van Marathons and More! Zeker en vast.

En dan nog een poging tot slotwoord: Thuis heb ik de schoenen uit mijn valies gehaald en ze gekuist. Ze zijn weer proper!

runners high

de voorbereiding op de wedstrijd was klaar

alle trainingen waren prima verlopen

en mijn motivatie was groot

net als mijn zelfvertrouwen

het moest nu echt gaan gebeuren

de wedstrijd was hard

mijn tegenstanders waren genadeloos

de minuten duurden en duurden maar

de tijd werd steeds groter

ik zat wel in de goede bus

maar het was moeilijk

ondanks de enorme belasting van het lichaam

kwam er een zekere rust in mijn systeem

het werd onwezenlijk licht in mijn hoofd

ondanks alle atleten om me heen

betrad ik het labyrint van de eenzaamheid

mijn passen raakten het asfalt niet meer

ik ontsnapte aan de zwaartekracht van het bestaan

het euforisch gevoel was overweldigend

tijd en ruimte voegden zich samen

het leek wel of ik oneindig kon doorgaan

zo ging het dus

de speaker bij de finish

bracht me weer bij bewustzijn

het was afgelopen

het was een soort ontwaken

ik stapte met een zekere tegenzin

terug in de harde werkelijkheid van alle dag

pieter

12 januari 2022

De Bello Gallico

Vanmorgen ontving ik een appje van mijn neef Martijn. ‘Hoe is het met het karkas?’, was zijn vraag. Ik voelde eens aan mijn benen, kneep in mijn buik en dacht dat ‘karkas’ helemaal niet zo’n slecht gekozen woord was. Al vind ik bij nadere beschouwing dat het woord ‘kadaver’ nog iets mooier was geweest.

Martijn en ik liepen zondag de Bello Gallico, een trail in de buurt van Leuven. We hadden er allebei heel veel zin in. Anderhalf jaar geleden deden we mee aan de Great Escape, een andere trail van de Legendstrail-organisatie. Die beviel uitstekend en deze zou een stukje minder zwaar zijn. Enkele feiten op een rijtje: 50 engelse mijl (80 kilometer), start om 0.00 uur ’s nachts in Oud-Heverlee, 1250 hoogtemeters, 16 uur tijd om te finishen, drie verzorgingsposten, mooi parkoers, geweldige organisatie.

Uit het intro zal je al begrijpen dat het wat die zwaarte betreft wel meeviel. Of beter gezegd: tegenviel. Na de marathon van Santa Cruz, Olne-Spa-Olne en een griepje was het een zware bevalling. De Bello Gallico had weliswaar heel veel hoogtemeters minder dan de Great Escape maar wel heel veel meer modder. Wat een beproeving was dat. Wat een gebagger door de mist en de koude nacht. Maar ook, wat een fantastisch avontuur!

Voor de zekerheid gooide ik zaterdagavond voor vertrek een slaapzak en een kussen achterin de auto. Mocht het lijf er geen zin in hebben dan kon ik altijd nog op mijn schreden terugkeren en een dutje achterin de auto doen. In afwachting van de terugkeer van Martijn. Aanvankelijk was mijn lijf niet van plan enige medewerking te verlenen. Een automonteur zou zeker even het oliepeil gecontroleerd hebben. Toch heb ik tijdens geen enkele stap van de 80 kilometer nog aan die slaapzak gedacht. Trailen is geen simpel uitstapje van a naar b. Achter elke boom kan een man met een hamer verstopt zitten, achter elke bocht een afgrond. Na elke hartslag kan je maag van streek raken.

Juist dit soort dingen maakt trailen zo mooi, zo avontuurlijk. Trailen betekent vaak tempo inleveren, rust nemen, even zitten, nog even iets langer even blijven zitten, een beetje pijn lijden. Geen haast hebben dus, geduld hebben. Maar wél doorgaan en de mooie dingen zien in allerlei ‘lelijkheid’. En accepteren dat je iets later zult arriveren. Maar heel soms moet je constateren dat het echt niet verder gaat. Zoals Leonie bijvoorbeeld, die zaterdagavond na 130 kilometer van de 100 mijl (die was er ook!) constateerde dat de pijp volledig leeg was en voor het eerst in haar rijkgevulde carrière dnf achter haar naam kreeg.

Na het appje stuurde Martijn ook nog een filmpje dat het gebagger fraai illustreert. Het is gemaakt na een kilometer of 15. Op een smal paadje. Of was het gewoon een riviertje? Links en rechts prikkeldraad annex schrikdraad. Dat vastpakken was dus om verschillende reden geen optie. Het paadje stond niet op zich. Dit was meer een parkoers voor pottenbakkers! Zeker de eerste 40 kilometers. Zo stond na 33 kilometer een stukje langs het riviertje de Deile op het programma. Eerst lag er een vlonder. De tijd had er echter nogal veel greep op gekregen. Er ontbrak af en toe toe een stukje plank, daarna soms een hele plank en uiteindelijk – je raadt het al – was de hele vlonder verdwenen. En dat een paar honderd meter aan een stuk.

Neef Martijn

Tot mijn grote geluk trof ik halverwege, bij post 2, Martijn. Ik was bang dat hij bij de finish uren op me zou moeten wachten omdat ik niet erg opschoot. Gelukkig was dat niet zo. Het gaf me de rust om het tweede deel wat rustiger ‘af te werken’. En dat was maar goed ook, want het energieniveau daalde zienderogen. De mist bleef, net als de modder. Door de duisternis ploegde een eenzaam ventje, kilometers helemaal alleen. Maar in de duisternis hoorde hij uilen roepen, zag hij een paar keer een vos wegschieten en kreeg hij mooie gedachten.

Toch was de finish een van de hoogtepunten van de dag. Na 11 uur en 29 minuten werd ik in zaal de Roosenberg in Oud-Heverlee onthaald op een warm applaus van mijn al gefinishte collega-lopers en de vrijwilligers. Dat voelde als een warm bad. Op het toneel kreeg ik een immense medaille omgehangen en werd ik hartelijk gefeliciteerd door enkele mensen van de organisatie. En daarna bood een aardige dame me een bord chili aan, naar wens met of zonder carne. En zo’n heerlijk Kerel-biertje.

Ja, dat moet toch nog even worden gemeld. Legends Trail slaagt er elke keer weer in om midden in de nacht de alleraardigste mensen op de been te krijgen om een stel ‘randdebielen’ in de watten te leggen. Enorm bedankt daarvoor. Onderweg dronk ik heerlijke koppen hete koffie, at ik lekkere minestronesoep, croque-monsieurs, wraps, suikerkoeken, chocolade en wat al niet meer. De vijf gelletjes die ik van huis meenam heb ik zojuist weer terug in de doos gedaan. Niet nodig.

En nu zit ik hier achter mijn laptop. Een kadaver, een zak rammelende botten, met een zeer gevoelige, uitgeputte massa daaromheen. En dat terwijl de Bello Gallico in 2019 nog veel modderiger moet ziijn geweest! Dat hardlopen met vrienden er door de lockdown even niet inzit, zal me worst wezen. Dit kadaver heeft een poosje rust nodig en wil nog even nagenieten van die prachtige Bello Gallico.