De Pietersbergtrail

Eigenlijk had ik zondag de Cote d’Opale willen lopen. Twee dagen voor de start werd die trail echter afgelast (covid 19). Dat was balen. De trailhormonen begonnen behoorlijk op te spelen en dan krijg je dit. Gelukkig kreeg ik een tip dat er voor de Pietersbergtrail nog startbewijzen waren. Zo ging de reis zondag niet naar Wissant maar naar Maastricht.

Dat die Trail Cote d’Opale niet doorging bracht in Noord-Frankrijk bijna een volksopstand teweeg. Heel veel gepikeerde deelnemers liepen afgelopen weekend toch over de parkoersen en de sociale media ontploften bijna van verontwaardiging. Duizenden reacties op allerlei berichten verschenen er. De ene natuurlijk wat genuanceerder dan de andere. Ze gingen over appels, peren, knollen, citroenen, zure druiven, spek, bonen, gebakken peren, boter op hoofden, rotte appels, vlees, vis, kaas, brood, gare rapen, rotte vis, enzovoorts.

Dat de trail werd afgelast kon zo hier een daar nog wel op begrip rekenen. Het aantal besmettingen (covid 19) was de dagen daarvoor in Pas de Calais snel toegenomen. Maar dat andere evenementen wel gewoon doorgingen, dat maakte veel reaguurders woedend. Wat mij betreft terecht. In Bethune, in hetzelfde district, mocht deze autorally wel doorgaan. Het publiek stond gezellig bij elkaar, geen politieagent te zien. Zie het filmpje.

Misschien ook goed om te weten dat zondagmorgen foutparkeerders in Wissant en omgeving massaal op de bon werden geslingerd. Niet ver daar vandaan werd de voetbalwedstrijd Lille-Metz gevolgd door een paar duizend toeschouwers. Die deden ongestraft van alles wat niet mag: zingen, spreekkoren aanheffen, juichen. Allemaal gevaarlijke activiteiten in verband met besmetting (covid 19). Bij de Trail Cote d’Opale waren juist allerlei maatregelen genomen om besmettingen te voorkomen. Een ruimere startlocatie, ruimere parkeerplaatsen, een lange brede weg na de start, verplicht dragen van mondkapjes, gereguleerde tijden voor het ophalen van startnummers, starten in kleine groepen, minder drankposten, verbod om supporters mee te nemen, geen huldigingen.

Ik heb begrip voor allerlei maatregelen om het virus (covid 19) in bedwang te houden. Maar niet op deze manier. Mensen begrijpen het niet als ze zelf niet eens onder strikte voorwaarden mogen hardlopen terwijl vlakbij publiek hutje mutje naar race-auto’s staat te kijken. Zo komen de complottheorieën vanzelf.

Bij Maastricht ging de Pietersbergtrail gelukkig wel gewoon door. Dat er daardoor geen 62 kilometers maar ‘slechts ’32 op het menu stonden, was gezien de staat van mijn rug eigenlijk helemaal niet zo erg. Over de Pietersbergtrail heb ik al eerder geblogd, altijd in positieve bewoordingen. Mooi parkoers, goed georganiseerd. Dit keer werd bij binnenkomst je temperatuur gecheckt, waren er voor het ophalen van startnummers aparte looproutes en gingen de eerste vier kilometers over wat bredere wegen door de krater van de mergelgroeve. En er was er een aangepaste start (allemaal covid 19).

Bij het vertrek zouden om de vijf seconden steeds vijf deelnemers starten. Dat was een lachertje.

Let op op het commentaar van de starter aan het eind van het filmpje en op de reacties op facebook. Nou, ik was er WEL bij, ben als een van de laatsten gestart en heb de hele procedure dus lang en goed kunnen bekijken. Er deugde geen ene jota van. Ik vind het ook stom van de organisatoren om dit filmpje op Facebook te zetten. Ze kunnen er als de pandemie nog niet voorbij is (covid 19) bij vergunningaanvragen flink mee om de oren worden geslagen.

Verder geen klachten, al was het jammer dat we niet over Belgisch grondgebied mochten (covid 19) en daardoor twee identieke rondjes moesten lopen. Eindelijk weer eens getraild, het was een gezellige dag en wie weet komend er volgend weekend nog eentje bij. Dan ligt het in de bedoeling om met mijn neef Martijn een trail in de Ardennen te lopen. We hebben het er al jaren over om samen eens ergens te lopen en nu gaat het er, ijs en weder dienende (covid 19), toch echt eens van komen.

En dan nog iets heel anders. Pieter heeft een prachtig gedicht over een potlood geschreven. Heeft niets met (covid 19) te maken. Ja, echt. Dat kan!





koh-i-noor hb

je eindeloze verlangen naar de puntenslijper
met zijn zessen in een kartonnen doosje
tussen de b2 en de h2
altijd het mannetje met de stofjas achter de toonbank
die moderne dingen levert
altijd het rinkelende belletje van de kassa
maar niet voor jou

wachtend op de schrijvende hand
alle woorden die er al zijn
in alle talen ook cijfers en hiëroglyfen
ze popelen om losgelaten te worden
je bevat het hele universum en al het leed van de wereld
alle liefdesbrieven en alle schetsen van de schilder

stel een meisje
jouw punt op het papier in haar dagboek
en de woorden die maar blijven komen
jouw grafiete woorden over haar toekomstdromen
tranen vervagen jou

jij berg van licht met je zwarte kern
met je onbegrensde mogelijkheden
het hele universum ligt voor je open

of een wiskundige die verdergaat dan e=mc2
en dit noteert
de nobelprijs ontvangend met jou in zijn binnenzak
je staat dan toch maar mooi op het podium

of een dichter
die een prachtig sonnet schrijft
over innerlijke vergezichten en ander moois
verrukt over de woordenstroom
de pers lovend

of een schaakgrootmeester
de notaties van de wereldberoemde partij
later van commentaren voorzien als facsimile uitgave
transformatie

of een componist
de noten slordig op de lijn plaatsend
de tempoaanduiding doorgehaald en opnieuw
eeuwige roem in klank

of de bevindelijk gereformeerde dominee
uitroeptekens in de kantlijn van de preek zettend
waar zijn vibrato moet aanzwellen

of de wereldberoemde atleet
die zijn nieuwe marathonrecord vet onderstreept
in zijn dagboek schrijft

of een kolenboer die je punt likkend
het afgeleverde mud noteert
en jou gedachteloos met zijn zwarte hand
achter zijn oor klemt

pieter

De Kustloop

Veel zin om te bloggen over de Kustloop had ik niet, maar ik kreeg toch nog een toefje inspiratie omdat ik een record verbrak. Voor de negende keer stond ik zaterdag aan de start in Vrouwenpolder en ik was er nooit eerder in geslaagd om boven de 2 uur te finishen. Dat lukte me nu met vlag en wimpel: 2.01.11. Ik verbeterde mijn record met bijna 12 minuten. Applaus voor jezelf.

Langs het Veerse Meer

Eigenlijk waren er maar drie kilometers die ervoor zorgden dat ik zo fraai boven de 2 uur eindigde. Dat was om te beginnen bij de drankpost halverwege het strand, waar het druk was met vooral wandelaars en ik even de tijd moest nemen om een beetje te koelen. Het was heet! We hadden de wind mee en dat was zeker geen voordeel. Niet veel verder ontmoetten we een stuk mul zand wat het tempo ook niet ten goede kwam en tenslotte stond de man met de hamer nadrukkelijk bij de duinovergang bij Oostkapelle. Daarna ging het wel weer.

Het ZLM Kustmarathonteam was goed vertegenwoordigd in de Kustloop. Hier een deel van het team.

De rest van de kilometers gingen bijna allemaal tussen de 5.25 en 5.45. Normaal gesproken (net) goed voor een tijd onder de 2 uur. Het maakt allemaal niet uit. Over 4 weken is de Kustmarathon en het zou fijn zijn dat het dan een stukje sneller gaat. Het lijf gaf aan dat het daaraan wel wil meewerken, maar alleen als het vanaf nu gedaan is met de langeduurlopen op tempo. Het heeft zelf een soortement van snelheidsbegrenzer ingebouwd. Als het ietsje harder dan 11 per uur gaat dan zegt hij ‘ho’ door mijn hartslag en ademhaling naar grote hoogten te jagen. Mijn geest sputterde in eerste instantie wat tegen, maar beseft inmiddels dat er geen alternatieven zijn.

Een heus orkest hielp de lopers om op gang te komen in Vrouwenpolder

Het is dus genoeg geweest met de snelle wedstrijden. Het taperen begint voor mij gewoon een paar weken eerder. Zaterdag zou ik nog een trail van 45 kilometer lopen, de Airborntrail bij Arnhem. Samen met Johan de Vlieger, vroeger een crack op de marathon (p.r. 2.29), maar tegenwoordig altijd bescheiden bij de keuze van zijn afstand. Ik denk dat ik dit keer maar gezellig met hem meeloop. Heerlijk toch als je het even wat rustiger aan mag doen?

Pieter deed het ook wat rustiger aan. Onder de laatste twee foto’s een kort gedicht van hem.

overal ren ik hier ren ik overal

mijn universum omspant het al

rennend met mijn valies vol dromen

is pad noch richel mij te smal

pieter

Herentals-Tielen

Mensen met wie ik wel eens hardloop, weten het wel. Ik verzamel startnummers. Na afloop van een loop plak ik mijn nummer op de muur van mijn slaapkamer. Dat geeft een leuk effect, vind ikzelf. Inmiddels heb ik er zoveel dat de muren aardig vol beginnen te raken. Zondag had ik weer een loopje maar ik kwam zonder nummer thuis. Meteen na de finish van Herentals-Tielen, een trail over 25 km, stond een strenge mevrouw aan wie ik mijn nummer moest afgeven. Er was geen ontkomen aan.

Je ziet het steeds vaker. Steeds meer tijdwaarnemers werken met nummers die ze willen hergebruiken. Als je gefinisht bent word je vriendelijk verzocht je nummer (met daarin een ‘dure’ chip) terug te geven. In ruil daarvoor krijg je een bonnetje voor een biertje of bijvoorbeeld een ijsje. Of een klein bedrag. Een paar keer ben ik er in geslaagd om zo’n nummer toch mee naar huis te nemen maar zondag kon daar geen sprake van zijn.

En dat was jammer, want dit startnummer had iets speciaals. Het was namelijk tegelijkertijd een treinkaartje! Herentals-Tielen begon al een beetje op het treinstation van Tielen. Daar namen we met een paar honderd man de trein van 12.23 uur naar Herentals, waar vlakbij het station de start was. Een conducteur hebben we helaas niet gezien. Ik had hem weleens een gaatje in het startnummer willen zien knippen! Via allerlei slingertjes en slangertjes over de Kempense heuvelrug ging het weer terug naar Tielen, waar niet ver van dit station de finish was.

De locale omroep vond het zo speciaal dat het met de trein meereisde en verslag deed van de wedstrijd over 17 kilometer. Die was er namelijk ook, net als wedstrijdjes over nog kortere afstandjes. Zie https://www.rtv.be/artikels/trail-run-herentals-tielen-met-de-trein-a119410
Zojuist bedenk ik dat de trail gelukkig in België werd gehouden. In Nederland had hij misschien niet door kunnen gaan. Of zou de NS bij gebrek aan treinen bussen hebben ingezet?

Omdat ik de laatste weken best wel veel had gelopen en ik het maar niet kan laten naar dat stemmetje in mijn hoofd te luisteren (‘dat kan best een beetje sneller’) dwong ik mezelf deze keer niet op zoek te gaan naar een haas, maar naar een slak. Die had ik gedacht gevonden te hebben in twee mannen die het onderling heel gezellig hadden, mede omdat ze geen haast hadden. Ik dribbelde daar wat achteraan. Maar toen er een hoge zandberg met cafetaria en uitkijktoren opdoemde, gaven ze plots gas en bleek ik toch opeens weer achter twee hazen te lopen.

Na een kilometertje was ik het zat. Het klinkt stoer en dat is het ook, want heel veel langer kon ik het tempo niet meer volgen. Het ging opeens gewoon te hard. Een flinke wandeling bracht uitkomst en toen er twee nieuwe lopers voorbij kwamen had ik twee nieuwe slakken gevonden. We liepen over een prachtig parkoers met zandverstuivingen, bloeiende heidevelden, pittige heuveltjes en donkere bossen. Na 2 uur en 40 minuten was ik terug in Tielen, als 62e van de 74 finishers, aanmerkelijk langzamer dus dan dat de trein erover deed. Die had maar 7 minuten nodig.

Ik dacht dat Leonie het ook rustig aan gedaan had, want ze zat na mijn finish net aan een ijsje te knabbelen. Het bleek dat ze haar bonnetje niet meteen had ingewisseld. Ze was ruim drie kwartier eerder gefinisht, natuurlijk als eerste vrouw. Het leverde haar naast een ijsco een fles bubbelwijn en een kratje tomaatjes op. De nazit was bijzonder gezellig, met wat oude bekenden op een groot terras met muziek, spijs en drank.

Ach ja, da’s weer eens wat anders dan het WK 100 kilometer in Berlijn, waar ze een dag eerder aan mee had willen doen. Een heupblessure gooide echter roet in het eten. Overigens heeft Nederland er een nieuwe ultratopper bij. Piet Wiersma uit Wildervank liep 20 minuten van het nationaal record af, noteerde een tijd van 6 uur 18 minuten en 47 seconden en pakte achter twee Japanners het brons.

Ikzelf had eerlijk gezegd in Chamonix willen zijn, waar afgelopen week allerlei wedstrijden rond de UTMB (Ultra Trail de Mont Blanc) werden gehouden. Ik had ingeschreven voor de CCC, 101 kilometer door de bergen van Courmayeur via Champex naar Chamonix. Gelukkig werd ik uitgeloot want ik was er absoluut niet klaar voor geweest. Mijn neef Martijn liep hem wel en niet zo’n klein beetje ook. Hij finishte na amper 19 uur en liep een puike race. Hij rukte na de start op van de 880 plaats naar plaats 600 en een beetje. Hulde.

Hulde ook voor Kilian Jornet. De Spanjaard die jaren buiten beeld was, won hoofdnummer UTMB (171 kilometer) in een recordtijd: 19 uur en 48 minuten. Op Facebook kon je de race geweldig goed volgen en dat zorgde voor kippenvel. Hoe Jornet en zijn achtervolgers die laatste berg overgingen. Vol gas naar boven na 160 kilometer en vol gas ook weer naar beneden naar Chamonix. Een helse afdaling met alles erop en eraan, in een tempo en met een lichtvoetigheid die je zelf na 5 kilometer al niet meer zou kunnen reproduceren. Indrukwekkend! Zelf trailen is geweldig, maar kijken naar trailen kan dat ook zijn.

Na een fier verslag over een korte trail is het tijd voor vier korte gedichten: haiku’s van Pieter!

vier haiku’s I

sterk het oude lijf

survival of the fittest

so keep on running

reis van de loper

de aankomst onbelangrijk

beweging als doel

marathongeluk

een paar zalige uren

alleen met jezelf

stil nog op het strand

het zand in afwachting van

de eerste loper

pieter

12 mei 2022

De Hel en de Halve

Kent u dat lied van Hans Dorresteijn, ‘Nooit nooit nooit neem ik een hond’? Grappig nummer vind ik, maar oordeel zelf: https://www.youtube.com/watch?v=Q6cKJynLEz8
Ik had daar lange tijd een variatie op: ‘Nooit nooit nooit neem ik een elektrische fiets’.

Dankzij voortschrijdend inzicht kwam daar een paar maanden geleden een einde aan en zie, afgelopen zaterdag tufte ik op mijn nieuwe aanwinst prinsheerlijk over het zonnige Walcheren, de Veerse Dam en de Stormvloedkering, zomaar naar Burgh Haamstede op Schouwen-Duiveland. Met een vaartje van ruim 25 kilometer per uur naar de Halve van Westenschouwen.

Het was een heerlijk tochtje en niet alleen omdat ik ondanks 5 kwartier fietsen door een zonovergoten Zeeland uitgerust aankwam, maar ook omdat ik zowaar een groot deel van mijn spierpijn eruit getrapt had. De maandag ervoor had ik nogal heftig getraild ten zuiden van Charleroi, in totaal zo’n 55 kilometer en heel veel hoogtemeters en dat had een aanslag gedaan op met name de bovenbenen. Een beetje fietsen met trapondersteuning blijkt daartegen een wonderbaarlijk goed recept.

Waar een elektrische fiets nog geen antwoord op heeft is het verwijderen van andere vermoeidheden uit het lichaam. Toen om klokslag 12 uur het startschot voor de Halve klonk, werd de hartslag onmiddellijk naar grote hoogten gelanceerd om pas heel veel later op de dag naar wat mildere waarden terug te keren. L’Enfer de Viroin (de naam van de trail, vrij vertaald de Hel van het riviertje Viroin) had duidelijk nog andere sporen nagelaten dan alleen spierpijn. Het was dan ook niet alleen heel steil maar ook nog heel erg heet. Meer dan 30 graden en mijn maag wilde toch wel weer even laten weten dat hij (zij?) dat veel te warm vond. De finish heb ik daar dan ook niet gehaald.

Dat lukte wel in de Halve van Westenschouwen, al was het in mijn slechtste tijd ooit. Pas na 1 uur en 58 minuten sleepte ik me zwaar vermoeid over de finish. Zelfs bij mijn eerste deelname, ik denk in 2004, was ik fitter en sneller: 1.56.20. Het kostte even tijd om weer op adem te komen en mijn elektrische fiets te starten. Na een halfuurtje uithijgen ging het terug naar Vlissingen en toen bleek dat je bij elektrisch fietsen soms best nog hard moet trappen.

Om te beginnen stond de wind pal tegen en daarnaast had ik grote moeite om mijn mede-fietsers Rob de Pagter en Sjef Goris bij te houden. Zij reden per racefiets en zodra ze harder gingen dan 26 kilometer moest deze jongen flink bijtrappen omdat de elektrische ondersteuning het boven de 26 kilometer wel welletjes vindt. Ik was dan ook dolblij toen we in Middelburg waren en Sjef linksaf boog waar ik rechts moest (Rob was al eerder afgeslagen). In de laagste versnelling tufte ik door naar Vlissingen, waar ik me doodmoe maar zonder spierpijn op de bank stortte.

Energie voor diepe beschouwingen had ik niet meer, maar ik hoop dat u die nu wel hebt. Voor het prachtige klassieke hardloopgedicht van Pieter:

schemerduurloop

draaf ik lekker over ’t jaagpad

snelt een meisje me voorbij

is het ver nog naar de finish ?

vraagt ze heel direct aan mij

hij is verdwenen lieve dame

blijf in godsnaam maar dichtbij

hier heb ik de dood gevonden

hem met huid en haar verslonden

en mijn leven dat ben jij

14 juni 2022

pieter

De Boulevardloop

Het heeft even geduurd maar nu is het toch zo ver. Negentien jaar na mijn debuut in het hardloopwereldje mocht ik woensdagavond voor de allereerste keer het hoogste treetje van een ereschavot beklimmen. In mijn woonplaats Vlissingen won ik tot mijn eigen verrassing het klassement van de 65-plussers van de Boulevardloop.

Op het betreden van dat hoogste treetje moet ik misschien nog een keertje oefenen. Ik had een steuntje van de schouder van mijn eerste achtervolger Jon van Caspel nodig om zonder ongelukken boven te komen. Wellicht was ik nog niet geheel hersteld van de inspanningen want de laatste kilometer was een ware bezoeking. Aan de andere kant, waarom zou ik oefenen? Ik ga er voorlopig van uit dat dit een eenmalige gebeurtenis was.

Waarschijnlijk had ik mijn niet verwachte overwinning te danken aan de bijzondere omstandigheden. Het was behoorlijk heet op de Boulevard. Het was een graad of 28 en er stond weinig wind. Het stuk naar het Wooldhuis toe was nog wel te doen omdat je dan de wind een beetje tegen had, maar op de terugweg naar Michieltje was het met de wind in de rug echt snik- en snikheet. Ik dacht dat ik met het stijgen der jaren steeds meer moeite met hardlopen tijdens de hitte kreeg. En dat is waarschijnlijk ook zo. Maar mijn concurrenten hadden dat woensdagavond nog veel meer.

Frans Bos, de fieve zeventiger en enthousiast Zeeuws-record-verzamelaar die ik nog nooit ergens achter me had kunnen houden, zag ik aan het eind van het eerste rondje plotseling voor me opdoemen en toen ik hem passeerde leek het wel of hij stilstond. ‘Veel te warm’, gaf hij na afloop aan. Albert Karstanje, die me een paar weken eerder in Yerseke met zes seconden verschil versloeg, was al vanaf de start in geen velden of wegen te bekennen. Na twee rondjes Boulevard, goed voor 7,2 kilometer, had hij bijna anderhalve minuut achterstand.

Het was hard werken voor Mia en Huguette in hun drankpost.

De enige die ik nog een beetje in de gaten moest houden was Jon van Caspel. Dokter Jon had ik al na een half rondje te pakken maar hij slaagde er daarna wel als enige bejaarde in om me een beetje in het zicht te houden. Echt dichterbij kwam hij nooit, ondanks mijn enorm wisselende tussentijden. De snelste kilometer ging in 4.11, de langzaamste in 5.08. Zo’n wisselvallige race liep ik zelden, maar dat had dus alles met de hitte te maken. Bij hem zal het niet veel anders zijn geweest.

Dat de Boulevardloop dit jaar aan zijn 83e editie toe was en daarmee één van de oudste lopen van Nederland is, lijkt logisch. Waar krijg je zo’n bijzonder parkoers voorgeschoteld? De zeeschepen varen bijna over je schoenen, de uitzichten zijn prachtig. En er is, als het een beetje weer is, heel veel publiek. Ik had er dit jaar helemaal geen oog of oor voor. Het was vanaf de eerste stap afzien geblazen.

Tussen de schepen en de Boulevard pasten toch nog 170 zeezwemmers

Een zege met dank aan de hitte dus. En nog meer dank. Ik wil ook al die mensen bedanken die er niet waren. Ik denk bijvoorbeeld aan Heddie Nieuwdorp, de voormalige profwielrenner die ooit een etappe won in de Ronde van Spanje. Heddie raffelt een kilometer gemiddeld zo’n 50 seconden sneller af dan ik dat kan. Met hem aan de start was ik kansloos geweest. Fijn dat je er niet was Heddie en ook fijn dat al die vele tientallen 65-plussers die ik niet zo goed ken maar die wel veel harder kunnen rennen dan ik (en ook een beetje tegen de hitte kunnen) er niet waren. En bedankt voor de bloemen!

Pieter had zo gezien geen last van de hitte. Hier onder weer een scherp gedicht van hem.

chronoterreur

nauwkeurig meten roepen alle juryleden
een duizendste maakt toch echt verschil
voor de verliezer is ’t een bittere pil
hij zal betere plannen moeten smeden

in de eeuwigheid is alles lang
maar in de atletiek is een fractie wrang

pieter

De Sportvisserloop

De Sportvisserloop

Ik weet niet zeker waarom, maar toen ik me woensdagavond liep uit te sloven tijdens de Sportvisserloop in Yerseke, moest ik steeds denken aan het Dodemanspad. Je weet wel, dat pittoreske pad van ruim 2 kilometer door de duinen van Westenschouwen, vol met mul zand en steile duintoppen.

Na enige momenten van introspectie lijkt me het waarschijnlijkst dat die gedachten aan het Dodemanspad te maken hadden met iets van heimwee. Om er toch nog een beetje de vaart in te houden liep ik verschrikkelijk af te zien op het Yersekse asfalt, minstens evenveel als een week eerder door de Schouwse duinen. En als er gekozen moet worden tussen asfalt of duinzand, tussen stenen of natuur, dan is dat niet zo moeilijk.

Nu hoor ik u na deze opmerking duidelijk protesteren en misschien is dat wel terecht. Het parkoers van de Sportvisserloop is inderdaad zo saai nog niet. Je loopt hele stukken langs de boten in de vissershaven en langs de oevers van de Oosterschelde. In Yerseke is er best wat moois te zien. Maar je loopt ook een stuk door smalle straten met schots en scheef liggende klinkers en om precies te zijn nul bomen en/of struiken. Daar lijkt het het parkoers van Westkapelle wel.

Je zult je afvragen waarom ik met zo’n mindset in hemelsnaam in Yerseke ben gaan lopen. Dat heeft te maken met ambities. Op 25 mei ben ik toegetreden tot de categorie mannen 65+. Ik hoef in die nieuwe leeftijdscategorie helemaal niets te winnen, ik ben immers al bijna 20 jaar gewend om met lege handen naar huis te gaan. Behalve dan op 1 oktober in de Zeeuwse Kustmarathon. In die fantastisch mooie thuiswedstrijd wil ik al 17 jaar mijn beste beentje voorzetten en dat wil ik nu weer. Niet dat dat topklasseringen oplevert. Als ik me goed herinner ben ik één keer in de top 200 geëindigd en ligt mijn snelste tijd ergens net boven een modale 3.40.

Maar nu ik 65 ben, nemen de kansen op succes toe. Wie weet eindig ik dan wel in de topdrie van de 65+ en win ik dan een kei. Ik moet eerlijk erkennen: daar droom ik wel eens van. Als ik zoiets wil bereiken zal ik pijn moeten lijden. Het basistempo moet omhoog, de kilo’s moeten eraf en het duurvermogen moet omhoog.

De Sportvisserloop was de eerste poging om het basistempo op te schroeven. En die poging vond ik wel geslaagd: ruim anderhalve minuut sneller dan vorig jaar. Bovendien werd mijn jacht op een kei aangemoedigd door Monique Verschuure, de eigenaar van café/restaurant de Sportvisser. Zij overhandigde me na afloop met een brede lach een mooie bos bloemen omdat ik derde was geworden bij de mannen 65+. Hoera. Toch wel leuk, zo’n, huldiging. Was het maar 1 oktober.

het dodemanspad

op het dodemanspad kan de atleet zich uitleven
een contradictio in terminus zoals dat heet
waardoor word je nu eigenlijk gedreven ?

hoe intens kan men zijn sport beleven
een helletocht als deze is heel erg wreed
op het dodemanspad kan de atleet zich uitleven

kan je het jezelf eigenlijk wel vergeven
straks roep je nog dat het je speet
waardoor word je nu eigenlijk gedreven ?

je denkt toch niet aan opgeven
straks ben je blij dat je het deed
op het dodemanspad kan de atleet zich uitleven

straks zijn er dichters die er over schreven
hoe vreselijk het lijden was dat je leed
waardoor word je nu eigenlijk gedreven ?

wat is nu de les waarover werd geschreven :
de ultraloper maakt zich hier compleet
op het dodemanspad kan de atleet zich uitleven
waardoor word je nu eigenlijk gedreven ?

pieter 8 juli 2022

Rondje Oosterschelde

Rond de twintig graden, een zonnetje met af en toe een wolk, windkracht 3 a 4. Zie hier, beste lezende renner, het ideale weer voor de gemiddelde langeafstandsloper. Tijdens het jaarlijkse Rondje Oosterschelde, zondag al voor de zesde keer perfect georganiseerd door Leonie Ton, was het van dat weer. Het was heerlijk rennen, waarbij de Oosterschelde als klap op de vuurpijl zijn (of haar) uiterste best deed zich van zijn/haar voordeligste zijde te laten zien.

Tel daarbij op dat het onderweg behoorlijk gezellig was en dat mijn motortje het geheel tegen de verwachting in van start tot finish (beide in Wissenkerke) uitstekend volhield en je begrijpt dat zondag een dag met een gouden randje was. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de wind nog eens extra meehielp. Aanvankelijk blies hij uit het zuiden, waardoor we op de Zeelandbrug zachtjes richting Zierikzee geduwd werden. Daarna ruimde hij naar noordoost, zodat we vanaf de Stormvloedkering hem zo af en toe opnieuw in de rug voelden.

Klokslag 2 over 10 vertrokken we uit Wissenkerke, na het traditionale startsein van Leonie’s dochter Leah. Het veld lag al snel uit elkaar, omdat het niveau der lopers nogal uiteen liep. Ik maakte – volgens wielertermen – deel uit van de debielenwaaier, oftewel de allerlaatste groep. Aanvankelijk kon ik nog mee met Albert Heikens en Sjirk Overal, die we vorig jaar september in Athene bij de Spartathlon ontmoetten. Twee buitengewoon aardige mannen-op-leeftijd die helemaal uit het hoge noorden waren afgereisd, speciaal voor Leonie en het Rondje. Albert haalde destijds de finish niet maar dat was te verwachten. Hij had door nare omstandigheden veel te weinig getraind. Sjirk deed dat bij zijn debuut op zijn 60e wel. Hij kwam tot mijn grote verbazing na 246 kilometer en 33,5 uur topfit de finishstraat in Sparta binnen gerend. Een klasbak kortom.

Het was even gezellig met deze mannen, maar ze liepen me net iets te hard. Verder ging het met Annelies uit Kerkwerve, en Rudi Ravia uit Zierikzee. Zij losten elkaar af en zouden tot ongeveer Serooskerke (S) lopen. Daarna moest Annelies de koeien gaan melken. Met hen was het ook zeer geanimeerd en eigenlijk werd de achterstand op de voorliggers helemaal niet zo groot. Dat hadden we mede te danken aan de brugwachter van de Zeelandbrug, want hij deed de brug net open toen de koplopers er aankwamen. Toen wij daar arriveerden stond de brug net weer naar beneden.

De eerste bevoorrading was in Zierikzee en werd geregeld door Leonie en Karin. Ja, u leest het goed, ook door Leonie. Onze kilometervreter kon tot haar grote verdriet niet meelopen omdat ze te veel last heeft van een pijnlijke plek in haar heup. Waarschijnlijk een probleem met een aanhechting van een spier of pees. Hopelijk gaat dat niet te lang duren want er komt een WK aan in Berlijn. Zo hier en daar waren in Zierikzee nog de gevolgen te zien van de windhoos die een paar dagen eerder door het stadje joeg. Na Serooskerke (S) moest ik even alleen verder, maar gelukkig kwam Rudi al snel weer naast me fietsen. Hij zou tot Wissenkerke meefietsen.

Vlak voor de Plompetoren van Koudekerke (S) achterhaalde ik echter Sjirk. Hij was nog maar net hersteld van corona en was duidelijk nog niet helemaa de oude. Aanvankelijk hadden we nog aardig de vlam in de pijp, maar daar kwam een eind aan toen Rudi twee ijskoude bilkjes cola uit een van zijn fietstassen toverde. Tot de tweede ravitaillering immiteerden we daardoor voornamelijk de Sinke-shuffle, waarbij Rudi en ik de in Groningen woonachtige Fries Sjirk het een en ander vertelden over de de historie van het Zeeuwse Koudekerke (S) en het omliggende gebied.

Sjirk (l) en Albert

Langzaam maar zeker kwamen we daarna weer op gang, maar na een soortement van statiefoto bij het Topshuis op Neeltje Jans sloeg ik ongewild een gaatje, waardoor ik Rudi ook even kwijtraakte. Dat werd nog een keer gedicht bij een door niemand verwacht derde bevoorradingspunt aan het eind van de Stormvloedkering, waarna we elk in eigen tempo naar hotel/restaurant/café De Kroon gingen. Daar aangekomen zag ik ook mijn voormalige duo-runner Ronald Willemsen. Hij was dit keer gaan wandelen, als voorbereiding op de Vierdaagse. Per saldo was hij de enige opgever van de dag, omdat hij na de Stormvloedkering te veel gehinderd werd door blaren. Volgend jaar maar weer hardlopen Ronald! En jij ook Leonie!

Le trail de la pentecôte de Lasne

Voor de de start van Le trail de la pentecôte de Lasne moest ik denken aan een sauna. Terwijl het in Zeeland pijpenstelen regende was het zondagmorgen in Lasne, onder de rook van Brussel, bedompt warm, windstil en hartstikke droog. Een beetje regen zou zo gek niet zijn, dacht ik nog tijdens het inlopen. Een klein uur later werd mijn wens gehonoreerd, al was het in overdreven mate. Een wolkbreuk maakte van de kleinschalige trail van de dorpsclub een niet te vergeten gebeurtenis.

De eerste druppels

Een halfuurtje na de start begon het licht te druppelen. Dat was lekker verkoelend want het was nog steeds warm en het parkoers was niet voor de poes. Smalle paadjes omhoog en omlaag, schots en scheef liggende kinderkopjes en best veel blubber omdat het ’s nachts al flink geregend had. Iets later kwam het moment dat je wat meer onder de bomen ging lopen omdat het wat harder begon te regenen en je best nat werd. En toen, na pakweg een uur hardlopen, gingen boven ons gingen alle sluizen open. Een wolkbreuk was een feit.

Mensen trokken tegen beter weten regenjasjes aan, ik was één van hen, maar dat hielp natuurlijk niet. Door de muur van regen was iedereen binnen de kortste keren tot de laatste draad toe nat. Er was maar één remedie: je overgeven aan de weergoden en nergens meer op letten. Gewoon gaan met die banaan. Paden werden beekjes, beekjes werden watervallen. Rennen werd stampen in plassen, stampen in plassen werd waden door snelstromend water. Op sommige bospaden kon je geen hand voor ogen meer zien omdat de zon zich heel ver weg achter de wolken verstopte. Jammer dat de lens van mijn fototoestel besloeg, anders had ik wat meer spectaculaire foto’s kunnen laten zien.

Deze trail werd er een om nooit meer te vergeten. Dat alles zonder bril overigens, want daardoor zag je helemaal niks meer. Er waren twee drankposten aangekondigd, maar drankpost nummer twee hebben we nooit gezien. Weggespoeld?

Een halfuur nadat Leonie gefinisht was, als elfde overall en natuurlijk als eerste vrouw, sukkelde ik over de finish. Nou ja, zo slecht ging het eigenlijk niet eens, want ik plaatste me met mijn 2 uur en 42 minuten over 27 kilometer netjes in het linkerrijtje. In de tent die door de organiserende vereniging Les Gillets Blancs (de witte hesjes) ter gelegenheid van de trail na de finish was opgezet, moest je nog wel even goed kijken waar je ging zitten. Het water sijpelde aan vele kanten door het doek. De organisatie probeerde het water aanvankelijk in emmers op te vangen, maar zag al snel in dat dit een kansloze missie was.

Het maakte niet uit. De hoosbui en het enthousiasme van de witte hesjes zorgden voor een heerlijke traildag. Dit soort trails zijn duizend keer leuker dan loopjes van allerlei commerciële organisaties. Dankzij heel veel vrijwilligers (een perfect uitgepijld parkoers, veel parkoerswachten, allerlei activiteiten bij start/finish) en de medewerking van de locale overheden (warme douches in de sporthal, politiebegeleiding op de motor, ehbo) enzovoorts enzovoorts. En dan hebben we het nog niet eens over het slijk der aarde, het inschrijfgeld gehad: 7 hele euro’s.

Zo. En nu schakelen we over naar het traditionele gedicht van Pieter.

een mysterieuze weddenschap

de jonge atleet die altijd als laatste binnen komt
wedde met zijn vader dat het nu beter zou gaan
de ouwe heer had zijn tenen weer eens gekromd
en zei dat hij nooit iemand zal verslaan

de vader wilde wel een duidelijk bewijs
en zei het nog maar eens – je zal wel weer falen
de wedstrijd verliep echter prima – het was dus prijs
en de knul dacht – jij gaat mij betalen

hij zei tegen pa – ik had dezelfde tijd als de winnaar
want deze keer had ik behoorlijk haast
dus kom op met mijn prijs – je bent de sigaar
zijn vader was meer dan stomverbaasd

welke tijd heb je dan gelopen ?

ik had precies 12 minuten blank
papa was op dit moment flink bezopen
want hij is behoorlijk aan de drank

hij snapte er nix van en betaalde met tegenzin
handig was hij door zijn zoon genaaid
die ging opgewekt naar zijn vriendin
het meisje vindt haar vriendje enorm gehaaid ..

pieter
12 mei 2022

De UltraBalaton

Hardlopen is leuk, maar af en toe een stukje fietsen is ook niet verkeerd. Vrijdag en zaterdag fietste ik met Leonie mee, die meedeed aan de UltraBalaton. Dat is een ultraloop over 211 kilometer rond het Balatonmeer in Hongarije.

Het klinkt misschien wat overdreven, maar het is echt zo: Leonie zou volgens mij zeker finishen. Die bikkel kan blijven gaan en kent het woord opgeven misschien wel, maar heeft dat niet in haar woordenboek staan. Mijn grote vraag was: zou ik dat wel kunnen, 210 kilometer fietsen? Verder dan 75 kilometer was ik nooit geweest. Het antwoord was gelukkig volmondig ‘ja’. Geen centje pijn. In het begin had ik misschien een beetje zadelpijn, maar die verdween in de loop van de dag zowaar als sneeuw voor de zon. En met respect voor het hoge tempo dat Leonie loopt: fietsend was dat heel goed bij te houden. Zeker aan het eind, toen ze behoorlijk kapot zat en nog wat snelheid in moest leveren.

Eigenlijk waren er fietstechnisch maar een paar lastige momenten. In het begin van de reis, toen er een paar smerige heuvels beklommen moesten worden (waarvan één onverhard, met een heel gemene afdaling) en halverwege de nacht toen de slaap even toesloeg. Toen fietste ik Leonie doodleuk voorbij, alsof ze niet bestond. Een typisch voorbeeld van slaapfietsen. Verder was het eigenlijk gewoon een heerlijk tochtje, waarbij ik volop kon genieten van alles wat ultralopen zo mooi maakt.

Pastaparty

De UltraBalaton start en finisht in Balatonfüred, een luxe oord aan de noordoever van het meer. De individuele lopers (totaal 181, 40 vrouwen) starten op vrijdag om 7.00 uur, daarna starten er tientallen wedstrijden en toertochten, vaak voor estafetteteams maar ook voor fietsers. Toen we aan het eind van de zondagmiddag naar het vliegveld reden, waren er nog steeds lopers onderweg!

Vanaf Balatonfüred gaat het naar het westen, waar na een kilometer of 60 de zuidoever opgezocht wordt. In tegenstelling tot het noorden is het daar helemaal vlak, en ook een beetje saai. Je loopt langs het meer, maar krijgt het bijna nooit te zien. Niet de weg, maar luxe huizen met fraaie tuinen grenzen aan het Balatonmeer. Je loop voornamelijk door ellenlange, kaarsrechte straten, met ergens links het meer en rechts vlak naast je een druk bereden spoorbaan.

Ook met het geven van de plaatsnamen was men rondom het Balatonmeer niet erg creatief. Hier volgt de route: Balatonfüred, Balatonakali, Balatonszepezd, Balatonederics, Balatongyörök, Balatonberény, Balatonmáriafürdő, Balatonfenyves, Balatonboglár, Balatonlelle, Balatonszemes, Balatonszárszó, Balatonföldvár, Balatonszéplak, Balatonvilágos, Balatonkenese, Balatonfűzfő, Balatonalmádi en dan weer terug naar Balatonfüred. Toegegeven, er zaten ook nog wat plaatsen tussen met een niet Balaton-naam. Het waren er niet veel. De grootste was Siofok. Daar liepen/fietsten we in de nacht door. Er kwam geen einde aan.

De tocht begon zeer voortvarend. Het was om 7 uur een graad of 10, de zon scheen, er was weinig wind en de temperatuur liep in de loop van de dag langzaam op richting 20 graden. De vlam zat in de pijp en spelenderwijs liep Leonie de top10 binnen. Na een kilometer of 80 lag ze 8e overall en was ze, ik weet het niet helemaal zeker, 2e vrouw. Het was gezellig onderweg. Er was tijd voor een babbeltje en er viel soms wat te lachen. Zoals bij de uitvinding die ik deed. Leonie wilde dat ik een zakje van een bepaald merk in de bidon water oploste. Ik dacht dat ze een gelletje bedoelde maar het bleek om poeder te gaan. De gel-oplossing viel echter heel goed in de smaak en werd daarna nog diverse malen klaargemaakt.

Na een kilometer of 100 kwam er wat zand in de machine. Er leek wat sleet te komen op het tempo, maar het rare was dat Leonies horloge aan bleef geven dat ze 11 kilometer per uur liep. Veel later pas kwamen we erachter dat het niet klopte. Hoe ver het tempo ook zakte, de Garmin bleef beweren het tempo 11km/u was. En toen we op de borden bij de bevoorradingen keken, bleek dat we veel minder kilometers afgelegd hadden dan de Garmin aangaf. Dat zorgde voor een mentaal dipje.

Per saldo zakte het tempo en lag de finish verder weg dan gedacht. ‘Heb je dan niet gemerkt dat ik er mentaal helemaal doorzat?’, vroeg Leonie me na afloop. ‘Dit was mentaal gezien misschien wel mijn zwaarste loop ooit.’ Natuurlijk had ik door dat ze het moeilijk had. Ze zei dat ze zou gaan huilen van blijdschap als ze de finish over was. Maar ja, dit was de eerste keer dat ik naast haar fietste. Bij de Spartathlon reed ik van punt naar punt en zag ik haar maar heel even. Misschien gedroeg Leonie zich ook wel zo tijdens een marathon. Of misschien ook wel tijdens een halve marathon. Wist ik veel?

Er werd gepuft, er werd gekreund, zo nu en dan hoorde ik wat onverstaanbaar gemompel maar uiteindelijk bleef Leonie wel gewoon door rennen. Twee keer dacht ze dat ze een drankpost was, die er niet was. Een fata morgana in de nacht. Was het wishfull thinking? De hoop op een momentje rust omdat je bij een drankpost even stil mag staan? Of iets van een hallucinatie? Ik hoorde van een loper dat hij tijdens de Spartathlon allerlei wilde dieren voor zich zag lopen op de weg en dat hij eigenlijk niet verder durfde. Wat het ook was, het zal waarschijnlijk iets met vermoeidheid te maken hebben.

Er waren ook positieve dingen. Leonie haalde aan het eind van de nacht Szilvia Lubics in, ooit winnares van de Spartathlon. En toen Balatonfüred in zicht kwam, werd ook Eva Toth nog even verschalkt, ook niet de minste ultraloopster van de wereld. Het tempo lag niet al te hoog meer, maar het besef kwam dat niemand er meer jofel bijliep. De laatste kilometers gingen door een volkomen uitgestorven Balatonfüred. Het was 6 uur in de ochtend. De pijp was leeg maar de huilbui op de finish bleef uit. Wel was er euforie. Afgezien als een beest. Gefinisht als 4e vrouw en 12e overall. Een topprestatie. Hulde voor de loper en een beetje voor de fietser. Al zegt hij het zelf.




Tot slot weer een gedicht van Pieter


blijf versnellen


blijf versnellen tot het bereiken van de streep
de wedstrijd is pas klaar na het passeren van de lijn
ontworstel je aan de klok zijn greep


de juryleden controleren alles op videotape
zij genieten enorm in hun domein
blijf versnellen tot het bereiken van de streep


de winnaar ranselde zich met een mentale zweep
de euforie spatte uit zijn brein
ontworstel je aan de klok zijn greep


de britse verliezer was not in a very good shape
zijn droefenis was meer dan schijn
blijf versnellen tot het bereiken van de streep


de trainer nam een hele groep op sleep
dat was voor de beginners een mooi festijn
ontworstel je aan de klok zijn greep


voor de last van het bestaan is lopen een escape
het verzacht een flink stuk van de pijn
blijf versnellen tot het bereiken van de streep
ontworstel je aan de klok zijn greep


pieter
20 maart 2022

De Marathon Zeeuws-Vlaanderen

Toen Jan Bostelaar me vertelde hoe hij zaterdag over de finish van de Marathon Zeeuws-Vlaanderen kwam, moest ik eerst een beetje lachen en daarna denken aan Graeme Obree. In mijn tijd van sportjournalist kwam ik met deze Engelse wielrenner in contact omdat hij twee keer het werelduurrecord verbeterde. Dat was bijzonder, want hij was niet bepaald een wereldtopper. Zijn geheim was een buitengewoon merkwaardig model fiets. Er was zelfs een onderdeeltje van een wasmachine in verwerkt. Je kon amper fatsoenlijk op het zadel zitten, maar die fiets ging wel verschrikkelijk hard.

Nou wil ik niet zeggen dat Bostelaar iets met wereldtoppers heeft of records heeft verbroken, maar de Westkappelaar kan wel net zo out-of-the-box denken als Obree. Jan worstelt nogal heftig met zwakke kuitspieren, waardoor hij regelmatig geblesseerd is. Zo ook zaterdag in de marathon Zeeuws-Vlaanderen. Onderweg naar de start, achterin de bus van Gerrit Spaans, begon hij er al even over en inderdaad, niet veel later was het prijs. Na 30 kilometer begon er weer een kuitspier op te spelen.

Maar Jan is niet voor één gat te vangen. Een koffiebekertje bracht uitkomst. Hij frommelde het ding onder zijn hiel in zijn schoen, waardoor hij wat hoger op zijn hak stond. En voort ging het weer. Na 4 uur en 16 minuten kwam hij over de finish, een uitstekende tijd voor een 72-jarige met kuitproblemen. Ja, soms moeten hardlopers creatief zijn. Ik herinner me Arjan Beije die de Kustmarathon achteruit lopend beëindigde omdat hij te veel spierpijn had om nog gewoon te lopen. En die man die ondersteund door een stok uit het bos finishte omdat hij zijn enkel verzwikt had. Of die vrouw die de verlichting van haar mobieltje gebruikte om de laatste kilometers af te leggen omdat haar hoofdlampje het niet meer deed. De mooiste finish die ik me kan herinneren is die van een Keniaan die de marathon van Brussel won. Hij kwam vanaf de verkeerde kant over de streep!

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Zelf had ik geen kunstgrepen nodig om lekker te finishen. Met dank aan Sjef Goris, prominent Rounderground-lid, die me na een kilometer of 20 op sleeptouw nam. Zelf had ik het eerste stuk het tempo aangegeven, maar nadat we een heel eind achter een dijkje uit de verkoelende wind hadden gelopen, had ik even tijd nodig om mijn hartslag weer wat naar beneden te krijgen. Met Sjef en een teamgenoot van hem voor me lukte dat aardig. Mede omdat deze mannen een duidelijke instructie op hun rug hadden: Keep Running.

Zo’n gangmaker beviel we wel, zeker omdat het steeds wat meer moeite kostte om het tempo zelfstandig vast te houden. Sjef loodste me langs Drieschouwen, door het Axelse Bos, langs de Axelse Kreek, over de Graaf Jansdijk naar Schapenbout, over dat altijd schots en scheef liggende Eiland van Meier en dan zo, poef, langs de Terneuzense kreek richting Zeedijk. Daar moest ik Sjef laten gaan, maar toen was de buit al een heel eind binnen. Het tweede deel liep ik maar 40 seconden langzamer dan het eerste en in de rangschikking was ik 72 plaatsen opgeschoven. Hatsekidee. Een mens heeft helemaal niks geen hallucinerende middelen nodig. Ga lekker hardlopen, spaar je krachten en zorg ervoor dat je aan het eind lekker veel lopers kunt inhalen. Niks geestverruimender dan dat. Het is ook als poëzie van Pieter. Zie onderstaand gedicht.

Wat ook lekker maar tegelijker tijd ook een beetje irritant was, was het zweet in mijn ogen. Zaterdag maakte ik daar weer kennis mee na maandenlange afwezigheid. Met bijna 20 graden was het opeens behoorlijk warm. Het is irritant want het prikt, maar het is ook heel fijn. Het betekent immers dat de zomer er weer aankomt, dat het kortebroekenenkortemouwenweer wordt en dat er weer allerlei hartstikke leukte loopjes aan zitten te komen. Loopjes met aan het eind een lekker gezellig biertje op een zonovergoten terras.

Overigens, één van die leuke loopjes is natuurlijk marathon Zeeuws-Vlaanderen. Met een lekker ontspannen sfeer, mooi parkoers, zo hier en daar veel publiek en om zeker niet te vergeten, uitstekend georganiseerd met heel veel enthousiaste vrijwilligers. Arnold Boonman en zijn mannen en vrouwen: hartelijk bedankt en dat jullie nog maar lang zo door mogen gaan.

poëzie

is overal
zelfs in de buurt van de atleet
die even op adem komt
poëzie zit dus ook in een time out
tijdens het hardlopen

poëzie is overal
met een verhoogde hartslag
en een open blik naar de omgeving kijken
en genieten van al het moois in de natuur
poëzie is overal
maar het begint in jezelf

poëzie zit in het stromend water in het kanaal
het zit in het gras dat waait in de wind
dat elegant buigt als de beschermer van de bloem
die naast het bankje staat waarop ik zit

ik kijk naar boven en zie de lucht
de wolken schrijven met mooie kleuren
een prachtig verhaal
het wisselt steeds en mijn hartslag daalt
zelfs in een grauwe lucht
waar de zon doorheen probeert te breken zit poëzie

poëzie zit niet in een gedicht
de mooiste woorden in een gedicht
zijn niet in staat om poëzie uit te drukken
hoe goed we het ook proberen
poëzie is sterker dan het gedicht

poëzie is gratis

je moet het wel zien
zonder ogen die poëzie herkennen
heeft het leven één dimensie minder
poëzie zit in jezelf

poëzie is overal
op elke meter van mijn jaagpad
in elk golfje in het kanaal
en in alle wolken boven mijn hoofd

22 april 2022

De Zestig van Texel

Al een paar jaar heb ik een hyper-de-luxe hardloophorloge. De Garmin Fenix 5. Dat ding kan vanalles. Van simpele dingen als tijd, hartslag en afstand opnemen tot en met ingewikkelde zaken als routes weergeven en aangeven of je wel hard genoeg traint. Het is een heerlijk bezit, maar soms vervloek ik dat ding toch ook een beetje. Zoals zondag in de Zestig van Texel.

Het ging prima in dé ultra-klassieker van Nederland. Het was prachtig weer, er hing een ontspannen sfeertje en enigszins tot mijn verbazing bleek de vorm heel goed. Op de helft, na 30 kilometer dus, gaf mijn Garmin aan dat ik die net binnen de 3 uur had afgelegd. En dat terwijl dat het moeilijkste (en tevens mooiste) stuk was. Je loopt vanaf de start bij de boot 3 kilometer over asfalt en dan ga je via de duinen het strand op. Een prachtig stuk, maar ook best zwaar. Met veel mul zand. Na een kilometer of 5 strand ga je de duinen over en trek je het bos in. Dat verruil je dan weer voor duinen en strand, weer duinen en een stuk onverhard en een steile dijk, waarna er bijna alleen nog maar asfalt resteert.

Na die eerste 30 kilometer plofte ik voor een time-out even neer bij Jan en Lenie. Zij voorzagen mij op een paar plekken van spijs en drank en zorgden voor veel gezelligheid op de heen- en terugreis. ‘Over het tweede stuk mag ik vierenhalf uur doen’, sprak ik stoer tegen Lenie, waarna ik uitlegde dat de tijdslimiet in de Zestig van Texel tegenwoordig op 7,5 uur ligt. Natuurlijk was ik dat niet van plan. Het ging zo lekker, geen haar op mijn hoofd die eraan dacht om het tempo terug te schroeven.

De marathon ging volgens mijn Garmin in 4.05 en toen bedacht ik dat ik best binnen de 6 uur zou kunnen finishen. Dat zou mooi zijn! Het is me nog maar één keer eerder gelukt. Dus dan ren je nog gewoon lekker door en begin je te rekenen. 1 uur en 55 minuten voor 18 km, dat betekent dat je ongeveer 6.20 over een kilometer mag doen. Een eitje. Maar dan komt de twijfel. Opeens zie je langs de kant een bord staan dat je nog 10 kilometer moet, terwijl je al 51 kilometer op je horloge hebt staan. Verrek, da’s waar ook, denk je dan. Die Garmin van mij is altijd net iets te vriendelijk. Het registreert kilometers die nog net geen kilometer zijn. Er volgt een nieuwe rekensom, waaruit blijkt dat je over die laatste tien kilometers geen 6.20 per kilometer mag doen, maar slechts 6 minuten. Dat is 10 kilometer per uur. Moet nog steeds kunnen.

En als je dan nog even doordenkt, voor zover nog mogelijk na 50 kilometer rennen, dan realiseer je je dat je bij de start helemaal niet over een mat gelopen bent. De tijdwaarneming begon bij dat startschot, voor iedereen. Dus ook voor mij, terwijl ik in al mijn bescheidenheid ver vanachter startte en naar schatting pas na een klein minuutje over de startlijn sukkelde. En toen pas mijn Garmin aan het werk zette. Ik had waarschijnlijk nog iets minder dan 6 minuten per kilometer. Oeffff. Als dat waar is, zou het best nog wel eens spannend kunnen worden. Bij iedere piep-en-tril van je Garmin kijk je erop. Iets wat je je nou juist verboden hebt. Je wil niet dat zo’n horloge je hardloopplezier verkleint omdat hij je vertelt dat je je misschien wel lekker voelt, maar eigenlijk een beetje langzaam gaat… Lekker lopen, daar gaat het om. Niet om de cijfertjes. Eigenlijk is die Garmin niet meer dan ballast.

Maar goed, je wilt het nu wel weten. Was de kilometer onder de 6 minuten? Garmin, lieve lieve Garmin, vertel het me! Je weet dat er nog een ‘berg’ komt. Weliswaar nog geen 10 meter hoog, maar toch retezwaar als je hartslag in al je ijver om onder die 6 uur te blijven langzaam richting 170 gaat. Even slaat het pessimisme toe, maar dat verdwijnt weer als je beseft dat je die berg ook weer af mag. Daarna gaat het linksaf en blaast de Texelse wind je gelukkig weer zachtjes in de rug. En dan voel je ook nog dat allerlaatste restje vorm zitten dat je dag zo heerlijk veraangenaamd heeft. In de finishstraat kan je warempel nog een sprintje trekken en loop je je allersnelste kilometer van de hele dag. Volgens Garmin.

Dat ding stopt na 60,93 kilometer en 5 uur, 58 minuten en 44 seconden. Ruim onder de zes uur! Maar je weet dat dat niet de tijd zal zijn die de organisatie achter jouw naam zal zetten. Na een minuut of 10 zie ik in de groepsapp van Leonie 120 een berichtje van Karin. 60 kilometer in 5.59.17! Hieperdepiep, het is gelukt. Niet superbelangrijk maar wel hartstikke leuk. De pijn in mijn benen is opeens helemaal verdwenen en het biertje dat Jan voor me haalt smaakt als champagne. Alweer een heerlijke hardloopdag!

Over 2 jaar is er weer een Zestig van Texel. Wat zou ik daar graag weer aan mee doen. Jan en Lenie willen ook weer mee. Mijn Garmin laat ik thuis.

Hier weer een toepasselijk gedicht van Pieter. Dank Pieter, voor het opwaarderen van mijn blog!

hoe komt een ultraloper….

hoe komt een ultraloper ooit tot bedaren ?
zo’n atleet blijft toch altijd jager-verzamelaar !
moet je zoiets eigenlijk wel verklaren ?

door veel te rennen spint zijn gezondheid garen
stil blijven zitten is een ultiem gevaar
hoe komt een ultraloper ooit tot bedaren ?

sportmensen genieten van al hun jaren
ze hebben altijd veel plezier met elkaar
moet je zoiets eigenlijk wel verklaren ?

de luiaard zit al lang op zijn blaren
dat vinden we echt niet zo raar
hoe komt een ultraloper ooit tot bedaren ?

de rennende dichter hoeft niet in zijn bol te staren
hij raakt regelmatig de juiste snaar
moet je zoiets eigenlijk wel verklaren ?

moet iedereen zich in een loopgroep scharen ?
jazeker! en lekker rennen met elkaar !
hoe komt een ultraloper ooit tot bedaren ?
moet je zoiets eigenlijk wel verklaren ?

pieter
25 maart 2022