De Pietersbergtrail

Eigenlijk had ik zondag de Cote d’Opale willen lopen. Twee dagen voor de start werd die trail echter afgelast (covid 19). Dat was balen. De trailhormonen begonnen behoorlijk op te spelen en dan krijg je dit. Gelukkig kreeg ik een tip dat er voor de Pietersbergtrail nog startbewijzen waren. Zo ging de reis zondag niet naar Wissant maar naar Maastricht.

Dat die Trail Cote d’Opale niet doorging bracht in Noord-Frankrijk bijna een volksopstand teweeg. Heel veel gepikeerde deelnemers liepen afgelopen weekend toch over de parkoersen en de sociale media ontploften bijna van verontwaardiging. Duizenden reacties op allerlei berichten verschenen er. De ene natuurlijk wat genuanceerder dan de andere. Ze gingen over appels, peren, knollen, citroenen, zure druiven, spek, bonen, gebakken peren, boter op hoofden, rotte appels, vlees, vis, kaas, brood, gare rapen, rotte vis, enzovoorts.

Dat de trail werd afgelast kon zo hier een daar nog wel op begrip rekenen. Het aantal besmettingen (covid 19) was de dagen daarvoor in Pas de Calais snel toegenomen. Maar dat andere evenementen wel gewoon doorgingen, dat maakte veel reaguurders woedend. Wat mij betreft terecht. In Bethune, in hetzelfde district, mocht deze autorally wel doorgaan. Het publiek stond gezellig bij elkaar, geen politieagent te zien. Zie het filmpje.

Misschien ook goed om te weten dat zondagmorgen foutparkeerders in Wissant en omgeving massaal op de bon werden geslingerd. Niet ver daar vandaan werd de voetbalwedstrijd Lille-Metz gevolgd door een paar duizend toeschouwers. Die deden ongestraft van alles wat niet mag: zingen, spreekkoren aanheffen, juichen. Allemaal gevaarlijke activiteiten in verband met besmetting (covid 19). Bij de Trail Cote d’Opale waren juist allerlei maatregelen genomen om besmettingen te voorkomen. Een ruimere startlocatie, ruimere parkeerplaatsen, een lange brede weg na de start, verplicht dragen van mondkapjes, gereguleerde tijden voor het ophalen van startnummers, starten in kleine groepen, minder drankposten, verbod om supporters mee te nemen, geen huldigingen.

Ik heb begrip voor allerlei maatregelen om het virus (covid 19) in bedwang te houden. Maar niet op deze manier. Mensen begrijpen het niet als ze zelf niet eens onder strikte voorwaarden mogen hardlopen terwijl vlakbij publiek hutje mutje naar race-auto’s staat te kijken. Zo komen de complottheorieën vanzelf.

Bij Maastricht ging de Pietersbergtrail gelukkig wel gewoon door. Dat er daardoor geen 62 kilometers maar ‘slechts ’32 op het menu stonden, was gezien de staat van mijn rug eigenlijk helemaal niet zo erg. Over de Pietersbergtrail heb ik al eerder geblogd, altijd in positieve bewoordingen. Mooi parkoers, goed georganiseerd. Dit keer werd bij binnenkomst je temperatuur gecheckt, waren er voor het ophalen van startnummers aparte looproutes en gingen de eerste vier kilometers over wat bredere wegen door de krater van de mergelgroeve. En er was er een aangepaste start (allemaal covid 19).

Bij het vertrek zouden om de vijf seconden steeds vijf deelnemers starten. Dat was een lachertje.

Let op op het commentaar van de starter aan het eind van het filmpje en op de reacties op facebook. Nou, ik was er WEL bij, ben als een van de laatsten gestart en heb de hele procedure dus lang en goed kunnen bekijken. Er deugde geen ene jota van. Ik vind het ook stom van de organisatoren om dit filmpje op Facebook te zetten. Ze kunnen er als de pandemie nog niet voorbij is (covid 19) bij vergunningaanvragen flink mee om de oren worden geslagen.

Verder geen klachten, al was het jammer dat we niet over Belgisch grondgebied mochten (covid 19) en daardoor twee identieke rondjes moesten lopen. Eindelijk weer eens getraild, het was een gezellige dag en wie weet komend er volgend weekend nog eentje bij. Dan ligt het in de bedoeling om met mijn neef Martijn een trail in de Ardennen te lopen. We hebben het er al jaren over om samen eens ergens te lopen en nu gaat het er, ijs en weder dienende (covid 19), toch echt eens van komen.

En dan nog iets heel anders. Pieter heeft een prachtig gedicht over een potlood geschreven. Heeft niets met (covid 19) te maken. Ja, echt. Dat kan!





koh-i-noor hb

je eindeloze verlangen naar de puntenslijper
met zijn zessen in een kartonnen doosje
tussen de b2 en de h2
altijd het mannetje met de stofjas achter de toonbank
die moderne dingen levert
altijd het rinkelende belletje van de kassa
maar niet voor jou

wachtend op de schrijvende hand
alle woorden die er al zijn
in alle talen ook cijfers en hiëroglyfen
ze popelen om losgelaten te worden
je bevat het hele universum en al het leed van de wereld
alle liefdesbrieven en alle schetsen van de schilder

stel een meisje
jouw punt op het papier in haar dagboek
en de woorden die maar blijven komen
jouw grafiete woorden over haar toekomstdromen
tranen vervagen jou

jij berg van licht met je zwarte kern
met je onbegrensde mogelijkheden
het hele universum ligt voor je open

of een wiskundige die verdergaat dan e=mc2
en dit noteert
de nobelprijs ontvangend met jou in zijn binnenzak
je staat dan toch maar mooi op het podium

of een dichter
die een prachtig sonnet schrijft
over innerlijke vergezichten en ander moois
verrukt over de woordenstroom
de pers lovend

of een schaakgrootmeester
de notaties van de wereldberoemde partij
later van commentaren voorzien als facsimile uitgave
transformatie

of een componist
de noten slordig op de lijn plaatsend
de tempoaanduiding doorgehaald en opnieuw
eeuwige roem in klank

of de bevindelijk gereformeerde dominee
uitroeptekens in de kantlijn van de preek zettend
waar zijn vibrato moet aanzwellen

of de wereldberoemde atleet
die zijn nieuwe marathonrecord vet onderstreept
in zijn dagboek schrijft

of een kolenboer die je punt likkend
het afgeleverde mud noteert
en jou gedachteloos met zijn zwarte hand
achter zijn oor klemt

pieter

De Transgrancanaria

Je nummer kon je alleen op afspraak ophalen, bij de start op een kaal voetbalveld moest je een mondkapje op, op anderhalve meter afstand van je concurrenten staan en kon je pas vertrekken als je door de starter was aangetikt. Bij de drankposten moest je opnieuw je mondkapje op en na de finish (mondkapje op!) waren er geen na-betrachtingen of prijsuitreikingen. Meteen naar huis was het devies. Publiek was er ook al niet. Ja, de Transgrancanaria moest en zou doorgaan, maar dan wel zonder toeters en/of bellen. En met maar de helft van het normale aantal deelnemers.

Ik was er voor de zesde keer bij en heb er ook nu weer, ondanks alle corona-soberheid, enorm van genoten. Gran Canaria heeft voor Jan met de pet het imago van zon- en feesteiland maar het is zo veel meer. Het binnenland is schitterend. Je hebt er schilderachtige dorpjes en kunt er geweldig wandelen en trailen. Daarvoor is wel wat conditie nodig, want het landschap is zo hier en daar behoorlijk ruig. En ook als je de ruigte voorbij bent, vindt de organisatie altijd nog wel een route die veel van je vraagt. Ook dit jaar mochten de lopers met de finish in zicht, met de bergen achter de rug, nog even gezellig een kilometer of zes door een droge beek met loeiers van keien en rotsblokken.

De start

De start van mijn trail, Transgrancanaria Advanced genaamd en over een afstand van 65 kilometer, is de laatste jaren in Artenara. Dat is het hoogstgelegen dorp op het eiland (ca.1200 meter), ergens in het noorden. Het daar ’s morgens vroeg altijd een beetje bibberen. Warmer dan 10 graden heb ik het daar nog niet meegemaakt. Als je de eerste berg hebt overwonnen en naar het volgende dorpje (Tejeda) bent afgedaald, belandde je de afgelopen jaren steevast in een braadpan waarin de temperatuur gaandeweg alleen maar verder werd opgestookt. Ik kreeg daar altijd enorm veel last van de twee heftige h’s: hitte en hoogte.

Van Tejeda gaat het 800 meter omhoog naar de befaamde Roque Nublo, die ik ondanks zijn angstaanjagende naam nooit en te nimmer in de mist heb mogen aanschouwen. Daar arriveerde ik meestal als een gebraden kip, en dan was er nog niet eens 20 kilometer afgelegd. Wil je je drankvoorraad aanvullen, dan dien je vanaf daar nog 5 kilometer door te stijgen en dalen over bijna niets anders dan rotsen en keien naar El Ganaron, een verzameling blokhutten in een dennenbos. Het is daarna nog een meter of 100 stijgen voordat je je eindelijk kan verkneukelen over een iets makkelijker en soms ook koeler stuk. Een hele lange, technische afdaling richting volgende drankpost.

Dit jaar was het allemaal een stuk minder uitputtend. Althans voor mij. De hemel is geprezen dat ik op de wedstrijddag om 5 uur ’s morgens al zo wakker was om nog even mijn mailbox te openen. Daarin zat een bericht van de organisatie met de waarschuwing dat het dit jaar nogal koud was in de bergen. Slechts een paar graden boven nul met mist en regen. Daardoor kon ik op de valreep een extra trui in mijn camelbag proppen, Die bleek ik broodnodig te hebben. Na een hectische afdaling door de blubber naar Tejeda – bijna op de tast omdat ik door de regendruppels op mijn bril slechtziend was geworden – was het daar nog steeds bibberdebibber-achtig koud. En tijdens de klim naar de Roque Nublo betreurde ik het dat ik geen handschoenen had meegenomen. Ja, nu zag ik hem voor het eerst, de Roque Nublo in de mist. Zoals het hoort.

In El Ganaron kon ik de inwendige mens opwarmen met hete thee en koffie en een bordje pasta met saus en kip. Van de daaropvolgende klim naar het hoogste punt van de trail herinner ik me uit vorige edities lopers die daar om hun moeder riepen omdat ze het niet meer zagen zitten vanwege de twee heftige h’s. Die waren er deze keer niet. Het enige lastige was dat de trailschoenen weinig grip hadden in de dikke modder. Pas na een kilometer of 35, halverwege de afdaling naar San Barthelomé de Tirajana (ook wel Tunte genoemd) kon ik mijn regenjasje uittrekken en even later ook mijn trui. Eindelijk kon ik in mijn nieuw verworven, ik vind prachtige OTSO-shirtje verder gaan.

De bevoorrading in Tunte was helaas niet op het sfeervolle dorpsplein maar op een afgelegen voetbalveld. Ook hier dus weinig publiek. Jammer, want een eenzame trailloper kan na een uur of zes rennen wel een klein schouderklopje gebruiken. Te meer omdat je weet dat er in verband met een parkoerswijziging een extra klim wacht met daarop een helse afdaling. Die klim was er inderdaad, maar die helse afdaling tot mijn onuitsprekelijke vreugde niet. Een paar jaar geleden was ik daar op mijn plaat gegaan, met als resultaat een pink in een ietwat afwijkende richting en een diepe vleeswond. Die nieuwe afdaling was weliswaar een stuk langer, maar ook breder, minder rotsachtig en veel geleidelijker. En zonder diepe afgronden.

Een snelle rekensom leerde me bij de voorlaatste bevoorrading in Ayagaures dat ik in vergelijking met het jaar ervoor al 90 minuten sneller was. Bovendien voelde ik me een stuk lekkerder. Toen overwon ik de laatste berg nog redelijk eenvoudig, maar moest ik daarna ik de beek plaatsnemen op vele keien omdat mijn maaginhoud de wereld wat beter wilde leren kennen. Niets van dit alles dit keer. Zelfs op dit geniepige stukje aarde kon ik aardig tempo maken. Vooral omdat het nog licht was. Met een lamp op je kop, hoeveel lumen er ook op mogen zitten, zie je minder scherp. Ook al omdat het stof dat je voorgangers hebben opgeworpen het uitzicht belemmert.

Pas bij de eerste bebouwing van Maspalomas moest de hoofdlamp uit de tas en na een kwartiertje kon hij al weer uit. De finish was bereikt. In 10 uur en 50 minuten, ruim twee uur sneller dan in de martelgang van vorig jaar. In een vlaag van plotselinge euforie vatte ik het plan op om volgend jaar eens de Transgrancanaria Classic te proberen. Die gaat over een afstand van 129 kilometer. Retezwaar natuurlijk, maar je mag er ook lekker lang over doen. Dat idee heb ik snel verworpen. Het is veel te ver voor mij, zeker omdat het met mijn ruggetje niet helemaal crescendo gaat. Eigenlijk was dit een ultieme test: doorgaan met lange trails of stoppen? De neuroloog bezigde na het bekijken van de mri’s van mijn rug termen als artrose, stenose en skoliose.

Daar wordt de gemiddelde patiënt niet vrolijk van en zo iemand ben ik ook. Gelukkig gaat het met een enkel pijnstillertje en de hulp van een hele goede fysiotherapeut nog behoorlijk goed met al die -oses en de conclusie is dan ook dat ik voorlopig lekker kan doortrailen. Dat is verreweg de grootste winst van Transgrancanaria numero 6. Dat ik nota bene de snelste in mijn leeftijdsklasse was (mannen 60+), was in deze context daarom alleen een heel leuk bijverschijnsel. Te meer omdat er slechts vijf leeftijdsgenoten over de finish kwamen.

Laat de volgende trail maar snel komen. Ik ben echter bang dat dat nog wel even zal duren. Corona is nog lang niet de hele wereld uit. De organisatie van de Transgrancanaria wilde wel heel erg graag. Kosten noch moeite werden gespaard en bovendien werkten de plaatselijke autoriteiten heel erg mee. Een echt veilige trail organiseren is in deze omstandigheden natuurlijk een illusie, alhoewel de besmettingsgraad op de Canarische Eilanden een stuk lager ligt dan bij ons. Natuurlijk was er zo hier en daar publiek en natuurlijk kon er bij bijvoorbeeld de bevoorradingen geen anderhalve meter afstand worden gehouden. Wat écht niet goed was, was het busvervoer naar de start. In mijn bus zaten dacht ik 64 stoelen. Die waren alle 64 bezet. En dat terwijl het openbaar vervoer in Spanje slechts de helft van het maximumaantal passagiers mag vervoeren…

The Great Escape

Dit moet een positief verhaal worden. Vorige week stelde ik enkele van mijn lezers teleur met mijn blog over de Pietersbergtrail. Er stonden een paar kritische zinnen in over de startprocedure en dat kon natuurlijk niet! Ook al was het zo, daar schrijf je daar natuurlijk nooit over. Dit blog gaat over The Great Escape. Het zal me geen enkele moeite kosten om in juichtermen te communiceren want ik had een topdag. Mijn lijf voelde als een paard dat geen hindernis te hoog vond. Na minder dan 13,5 uur was ik terug op de basis met ruim 81 vaak loodzware trailkilometers achter de kiezen. Neef Martijn, die nog nooit zover getraild had, finishte een klein uur eerder. Hieperdepiep hoera!

The Great Escape maakt deel uit van een serie van vier trails die in het leven is geroepen door een paar ultra-gekken (dat is positief bedoeld!) die trailers wel eens echt aan de tand wilden voelen. Nou, dat kunnen ze goed. Martijn en ik liepen zondag 81 kilometer (50 mijl), maar er was ook een trail van 100 mijl. Ruim 160 kilometer dus. Wil je er meer over weten, kijk dan deze prachtige documentaire: http://www.whenheroesbecomelegends.com/when-heroes-become-legends-dutch-subtitled/ Ik ben bij trails al heel wat vriendelijke, behulpzame mensen tegengekomen. Die van de Legends Trails (zo heet de organisatie) staat voor mij met stip op 1. Alles perfect geregeld, overal onbaatzuchtige hulp van een leger vrijwilligers. Nergens zo in de watten gelegd als bij The Great Escape.

Ik begon met enig voorbehoud aan de trail. De start was om 0.00 uur, wat een nachtje slapen overslaan betekende. Op Facebook zag ik foto’s van het parkoers. Loodrechte rotswanden met touwen eraan. Steile klimmen en afdalingen met kettingen. Het leek me niet dat je zoiets al te vaak op een parkoers van 81 kilometer moest tegenkomen. Later begreep ik dat de naam The Great Escape afgeleid is van de Escapardenne, een trail die ik ooit liep. De twee parkoersen overlappen elkaar een kilometer of 30. Wat ik me ervan herinner is dat ik na de finish van pure ellende een halfuurtje op een bankje gehangen heb. Maar ook dat ik de hoofdprijs in de loterij won.

Eerlijk gezegd was ik bang dat ik de zogenaamde cut-off-tijden niet zou halen. Je moest een gemiddelde van minimaal 5 kilometer per uur halen, anders werd je uit koers gehaald. Onderschat dat niet. Vijf kilometer is weliswaar wandeltempo, maar als je veel moet klimmen en dalen en maar weinig kunt hardlopen dan komt die gemiddelde snelheid al snel in de buurt.

Martijn heeft er zin in

Voor de start bij Houffalize kregen we instructies van een man die uitbundig aan een sigaretje aan het lurken was. Daarna werden de longen opnieuw op de proef gesteld. Na het vertrek denderden we naar beneden, naar de Ourthe. Omdat ik, bescheiden als ik ben, achteraan startte, moest ik door een enorme stofwolk. Kenners weten het: stof en lamplicht maken heel slecht zicht.

Na een paar kilometer waren de rode achterlichtjes van mijn voorgangers al uit het zicht. Ik snapte er niks van. Hoe kan je in een trail van 81 kilometer over zo’n technisch terrein zo hard van start gaan? Waren dit allemaal toplopers? Of lag het aan mij? Had ik op mijn 63e de snelheid van een hoogbejaarde? Gelukkig bleek het eerste waar. In de uitslag zie ik dat slechts één van al die supersnelle vertrekkers me voorgebleven is.

Dat stuk langs de Ourthe duurde 26 kilometer. Na 26 kilometer klimmen en klauteren, afdalen op je kont, spingen, huppelen, break- en limbodansen, laveren om rotsen, boomwortels, takken en keien te ontwijken en om geen natte poten te krijgen, had ik een gemiddelde van 6 kilometer per uur op de teller. Oftewel een uurtje voorsprong op het langzaamste tijdschema. Daarna liep ik fout, maar omdat het terrein een stuk makkelijker werd, ging het gemiddelde lekker omhoog. Tussen post 2 en 3 liep ik helemaal alleen. Tweeënhalf uur door het windstille, donkere bos, midden in de koele nacht. Ik vond het een fantastische ervaring. Tussen je eigen gehijg en geslof door hoorde je helemaal niets van welke menselijke ‘beschaving’ dan ook. Soms hoorde je een uil of een andere onbekende vogel. Of een opgeschrikt beest (er schijnen nogal wat wilde zwijnen in die bossen te zitten). Bijna alleen op de wereld.

Het barst van de bevers in de Ourthe

Om half 7 begon het langzaam licht te worden. Langzaam begon je te zien door wat voor landschap je aan het rennen was. De hoofdlamp kon uit. Bij post 3 (na 43 km) werd je heerlijk in de watten gelegd. De vrijwilligers gedroegen zich als obers met knipmessen. Of ik misschien een glaasje cola beliefde? Moesten de drinkbussen wellicht bijgevuld? Of meneer soms een wrap wilde? Ja? Met hesp misschien? Of met kaas? Had meneer misschien nog op andere wijze hulp nodig? Helpen bij het verwisselen der schoenen wellicht?

Ik was waarschijnlijk nog onder de indruk van al die hoffelijkheid, want ik was het belendende dorp nog niet uit of ik liep verkeerd. Nee, beste lezertjes, dit is geen verwijt aan de organisatie! Het was eigen schuld. Ik was aan het appen en miste daardoor twee overduidelijk zichtbare routemarkeringen. Het kostte me een kwartier en een hoop positieve energie. Gelukkig kon ik snel aanhaken bij een lekker snel groepje en ging het met gezwinde spoed naar post 4, 20 kilometer verderop.

Die vierde etappe betekende van kilometer 43 tot en met kilometer 63 kilometer volop genieten. Om de een of andere reden kon ik blijven gaan. Omhoog of omlaag, hard of zacht, mijn benen deden zonder protest wat ik van ze verlangde. Voor ik het wist was post 4 daar. Wat ook fijn was, was dat mijn maag meewerkte. Bij zware inspanningen wil die de pijp nogal eens aan Maarten geven. Daar was nu geen sprake van. Het leek of er een engeltje over mijn tong pieste toen ik een halve liter cola naar binnen werkte. Twee hotdogs met mosterd gaven de smaaksensatie van kaviaar.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

‘Nog tweeënhalf uur en dan zijn we er’, zeiden wat lopers tegen me toen we samen vertrokken voor de laatste etappe. Nog 18 kilometer te gaan. Dat moest kunnen. Om half één terug bij Houffalize, inplaats van de gevreesde sluitingstijd van 16.30 uur. Wat een heerlijke dag was dit. Het werd een uurtje later want het parkoers bleek net zo zwaar als het eerste gedeelte. En weer was dat lieflijke riviertje de Ourthe de boosdoener. Het was klimmen en dalen over nauwelijks zichtbare singletracks. Je benen laten geselen door bramenstruiken en brandnetels. Uitkijken dat je niet vast kwam te zitten in het moeras. Klauteren over manshoge keien. Weggetjes inslaan en weer terugkeren omdat ze doodliepen in de rivier.

Als klap op de vuurpijl schoot het in mijn rug. Bij een grote kei ontstond een opstopping omdat er een paar lopers er niet over konden. Ik wilde ze stoer omhoog trekken maar dat liep dus niet helemaal goed af. Gelukkig had ik nog wat pijnstillers. Na een omweggetje met een lange steile klim, kwamen we voor de allerlaatste keer bij dat riviertje waarvan ik de naam nog nauwelijks op papier kan krijgen. Een bijna loodrechte wand moest ons ervan bevrijden. Nog 2 kilometer en warempel, nog steeds droegen mijn mijn benen me bijna moeiteloos naar boven. Bij de finish stond Martijn doodleuk aan een biertje te lurken. Alsof hij na een avondje chillen nog een afzakkertje nam. Ook hij had deze monstertocht uitstekend overleefd.

Na een paar Kerel-biertjes en een lekkere barbecue was het tijd om naar huis te gaan. Dat ik onderweg achter het stuur een paar keer bijna in slaap viel en dat we bij Luik in een mega-file terechtkwamen, daar zal ik het maar niet over hebben. Beste San Ne en andere reaguurders. Ik hoop dat ik mijn tekortkomingen van vorige week een beetje heb goedgemaakt. Het glas is bij mij bijna altijd half vol!

Tot slot Pieters gedicht. Dit keer een zogenaamd calligramme. Omdat het voor mij moeilijk is om het calligramme hier in de juiste vorm te plaatsen een foto. Sorry, anders lukt het niet.

Rondje Oosterschelde

Ooit had ik een chef die regelmatig van mening kon veranderen. Ik had het daar wel eens moeilijk mee, maar de man in kwestie absoluut niet. Hij vond het wel stoer van zichzelf dat hij de ene dag A zei en de volgende dag B. ‘Waar staat geschreven dat ik consequent moet zijn’, schetterde hij regelmatig door de kantoorruimte. Toen ik zijn gedraai een keer echt beu was, schreef ik een briefje met de tekst JE MOET CONSEQUENT ZIJN. Lang duurde het niet voordat ik het mijn chef kon overhandigen. U begrijpt, daar had hij niet van terug. Nu ik (nog) wat meer levenswijsheid heb, betreur ik mijn gedrag van toen wel eens. Wat is er immers makkelijker dan, als het je uitkomt, iets tegengestelds te beweren dan je niet veel eerder hebt gedaan?OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Lees verder Rondje Oosterschelde

Rondjes rennen in de M&M Tweedaagse

Al jaren roep ik dat rondjes lopen niks voor mij is en dat ik er in wedstrijdverband nooit aan zou beginnen. Zoals wel vaker moet ik bekennen dat ik iets te resoluut ben geweest. Zaterdag deed ik mee aan een marathon van de M&M Tweedaagse in Aalter, goed voor 45 rondjes en een beetje. Een hoogtepunt uit mijn hardloopbestaan werd het zeker niet, maar uiteindelijk viel het me behoorlijk mee. aalternacht

Lees verder Rondjes rennen in de M&M Tweedaagse

De Belgium Total Coast Run

Het was zaterdagmorgen een graad of zes, de wind waaide hard uit het westen en het was zwaarbewolkt. Niet bepaald weer voor een dagje strand, maar natuurlijk waren er ergens wel weer enige idioten die zich daar niets van aantrokken. Het waren de deelnemers aan de tiende en laatste editie van de Belgium Total Coast Run, hardlopers die over het strand van De Franse grens naar de Nederlandse grens renden, oftewel van De Panne naar Knokke.  OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Lees verder De Belgium Total Coast Run

De Bossen van Vlaanderen Trail

Wie een bijzondere ontvangst wil meemaken moet beslist eens aan de Bossen van Vlaanderen Trail meedoen. Na de finish op de drempel van de sporthal van Aalter (B) en een verfrissende douche krijg je in de kantine tegen inlevering van je startnummer een tas boordevol met verse spaghetti-ingrediënten en een muntje voor een exquise hapje van een lokaal restaurant. Een soortement van Belgische dinsum was het, een gevuld deegje met onder meer bospaddestoelenragout en gefrituurde peterselie. OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Lees verder De Bossen van Vlaanderen Trail

De Tankloop

Beste lezer. De gehele redactie van dit blog wenst u een gezond, gelukkig en vooral looprijk 2020 toe. Proost! Het had overigens niet veel gescheeld of de hoofdredacteur had 2019 als hoofdredactrice het jaar uitgeluid. Wat stond er namelijk op zijn startnummer van de Tankloop, de laatste hardloopwedstrijd van het jaar op Walcherse bodem? Koen de Vries, 993, DAME.

startjanb
Jan Bostelaar geeft het startsein voor de 20 km.

Lees verder De Tankloop